Intensiteit

Misschien neig je het te duiden als méér. Meer prikkelbaar.

Of veel. En dan 'te veel'.

"Noem mij maar Lot, want té ben ik toch al", zei ik als puber genaamd Lotte.

Misschien is intensiteit een wijze waarop de wereld in je verschijnt: eerder als een openheid, of voortgaande opening. Een wijze van aanwezig-zijn en verbinden.

Alsof het een soort doorlaatbaarheid betreft - een potentieel zeer veranderlijke stemming waarmee je de wereld ontvangt en de wereld in jou, als jou, zin heeft en beleeft.

Misschien is het een wijze van zijn waarin er minder gedimd wordt, nog voor een specifiek affect die beleving definitief inkleurt en met een vol levensgevoel: het dynamisch geraakt-zijn als gegeven van in-leven-zijn. Als lichtere of minder lichte, soms zware overweldigingen op de contactgrens tussen binnen en buiten.

Misschien is intensiteit iets heel wezenlijks: de ervaring van verschil nog voordat het een precieze duiding kent. Misschien wel heel intens realistisch en daarmee paradoxaal genoeg potentieel heel intens creatief.

Misschien is het een soort hyperaandacht. Misschien is intensiteit zo ook een vaardigheid, opgevat als te oefenen vermogen om aandachtig te zijn.

Misschien is het het opwellen van de onzekerheid, de vergankelijkheid, de raakbaarheid, de kwetsbaarheid van het Leven. Hier, in dit directe lijfelijke beleven en de diepe doorwerking daarvan in geweten.

Misschien is intensiteit zoiets als altijd dialogiserend, openend, open in verbinding staan. Immer in verbinding, continu resonerend. Kwetsbaar in die zin dat openheid misschien ook dichtheid en gemis aan diepte heel voelbaar maakt. Daarin kan existentiële vervreemding ontstaan, want een herhaaldelijk onbeantwoorde resonantie roept vragen over eigen bestaansrecht op, wellicht.

"Mag ik intens zijn?" wordt snel "Mag het leven geleefd worden?"

Deze existentiële laag is misschien wel de essentie van intensiteit.

Next
Next

Liefdesdans: intensiteit en creativiteit