Alles is Zelfreflectie

Gepubliceerd op
9 november 2018

Kunnen we ons conflictueuze zelf herkennen in projecties?

 

Science-fiction heb ik lang als ongecultiveerd jongensspel beschouwd. De afgelopen weken kwam ik tot kunstkritische inkeer. Digitale restauraties van SF klassiekers, recente filmische toekomstscenario’s en Ryoji Ikeda’s tentoonstelling* passeerden de revue. Eerder wantrouwen over de vermenselijking van machines en de technologisering van de mens evolueert naar zelfbewustzijn en nieuwsgierigheid. Uit de filmische verbeelding van idealen en ondergang blijkt hoe menseigen het is om diens natuur op de ander, machines en het scherm te projecteren. Kunnen we ons conflictueuze zelf in de projecties herkennen?

Bedreiging

Wij mensen hebben een indrukwekkende gave voor het bedenken – niet voorzien – wat er fout kan gaan. Zie de apocalyptische of dystopische toekomstbeelden, zoals de klassieker Metropolis (Lang, 1925), Forbidden Planet (Wilcox, 1956), Welt am Draht (Fassbinder, 1973) en Tetsuo: The Iron Man (Tsukamoto, 1989). Uit deze verhalen ontsproten visioenen verkondingen collectieve angsten over onontbeerlijke technologische veranderingen en het vaak wrede temperament van de mens dat hiermee blootgelegd wordt.

De vaardigheid om bedreigingen te herkennen dient onze overleving. De geschiedenis getuigt van de gruwelijke wendingen collectief gedrag kan nemen. Op kleinere schaal is zelfbescherming evenzo een in de mens noodzakelijke bedrading. Daarbij is de invloed van verleden opgedane ervaringen op onze perceptie van de toekomst (en, onherroepelijk, het heden) zeer invoelbaar.

Op het eerste oog is het SF mensbeeld er dikwijls een van goed óf kwaad, van held versus schurk, plebs tegenover aristocratie, werkelijkheid versus simulacra, bewust tegenover onderbewust, zedelijk tegenover zedeloos of wisselend tussen volgzaam en regerend. Dit stelt bestaande strijd en stereotyperingen aangrijpend en dan weer komisch aan de kaak. Of we vanuit deze polarisaties het beste (leren) samenleven, is een andere vraag. Dit leer ik des te meer in de dagelijkse praktijk als psychologisch begeleider. Een mens onder hoogspanning begrijpt al gauw in dichotomieën. Het kan een mensenleven duren alvorens we er bewust van worden dat lichaam en geest nauw (liever: verfijnd) samenwerken om onze overleving als individu te verzegelen. We kunnen in een handomdraai overtuigd zijn van een persoonsgerichte bedreiging, fixeren onze aandacht en handelen vanuit angst in plaats van overzicht en inzicht. En een diepgeworteld geloof in progressie via bijvoorbeeld technologische verandering wakkert evengoed een vernauwd bewustzijn aan, weinig tolerant voor twijfel.

Het belang van relaties

In de portrettering van mens en technologie zien we daarnaast terug hoe schrijnend intens het belang van relaties is. Denk bijvoorbeeld aan Spike Jonze’s Her (2014) waarin de recent gescheiden schrijver Theodore zijn liefdesrouw verwerkt via een verliefdheid op een besturingssysteem, Samantha. Hun relatie is tot irriterend aan toe zoetsappig, want de complexe menselijke realiteit wordt veelal gereduceerd tot onbekommerde liefdesperikelen. Uiteindelijk komt Theodore tot dieper inzicht. Zo accepteert hij de aard van Samantha, die omwille van haar programmering onvermijdelijk polygaam is. Ze vinden hun relatie opnieuw uit.

Wat vertelt dit over mens-zijn? Nabije verbinding is van gevoelsmatig levensbelang. Wie samen gelukt deelt, leert in de bezoedelende en zingevende liefde onzekerheid voor zeker te nemen. De liefde wordt herontdekt als er in de relatie draagvlak voor onzekerheid ontwikkelt. Als partners accepteren dat ze niet alles van elkaar kunnen weten, kunnen zij binnen het groeiend respect voor complexiteit elkaar opnieuw leren zien. Randvoorwaarde is het zelfbewust aangaan van de onvermijdelijk open relatie. Dit betekent eigenaarschap nemen van je gemoedsbewegingen en je identiteit in de verbinding zien ontstaan.

Het is de mens gewoon dat de ander – computerscherm of vleselijke variant - een projectievlak van de hoogsteigen beleving is. Dat we ‘het andere’ nodig hebben voor fysieke en psychische houvast, zelfs als we te nauwer nood bóven de ander proberen te staan, bleek al uit 2001: A Space Odyssey(Kubrick, 1968). Illustratief is de moeite die het astronaut Dave kost om computer HAL 9000 te ontpinnen en diens laatste ademteug te horen nemen. Vandaag de dag is technologie meer nabij dan ooit, en onze relatie daartoe ondergaat idealiter ook verdieping. Cinema als creatief spel biedt een vooraankondiging van deze groei. Bladerunner (Scott, 1982) is niet alleen visueel schitterend, het moment waarop de suggestie gewekt wordt dat menselijk hoofdpersoon Rick Deckard ook een machine is, laat ambiguïteit toe. Wij vormen niet alleen de technologie, de technologie vormt ook ons.

Hyperindividueel en universeel

De verbeeldingen van mens en machine veropenbaren tevens dat het de hyperindividuele doch universele kwetsbaarheid is die ons in staat stelt tot een ander soort gezag dan controle en fysiek geweld. George Lucas’ magnifieke debuutfilm THX 1138 (1971) maakt zichtbaar waarom het voor zelfbewustwording essentieel is dat we emoties ervaren. Hoofdpersoon THX 1138 leeft in een ondergrondse maatschappij waar liefde verboden is. Burgers maken androïde politie, er dringt geen zonlicht door, gekochte spullen worden gerecycled om weer gekocht te worden. Er is een onbekende hogere entiteit waar eenieder gehoor aan geeft door emotie onderdrukkende drugs te nemen. Tijdens het kijken ervaar ik afkeer over de gevoelde leegte als relaties geen oprechte emoties kennen.Mens-zijn wordt door de knullige robots en volgzame burgers geweld aangedaan. Zonder de welkome ervaring van emoties is er geen sprake van bewust lijden en daarmee niet van identiteitsvorming. Identiteitsvorming is je innerlijke stem herkennen en erkennen welke waarden je belangrijk vindt. Via zulks zelfbewustzijn verwerf je autonomie opdat je relatie tot de omgeving - mede erkend als persoonlijk ervaring - moedwillig geleefd kan worden en je geëngageerde keuzes maakt. Hoofdpersoon THX 1138besluit na een verboden, desoriënterende puberliefde de statische status quo te ontvluchten. Dit is zijn heroïsche daad als doodgewone echter wel levendige man. Zijn persoonlijke beleving (lees: psychologische vrijheid) krijgt voorrang boven de dwangmatig voorspelbare, emotioneel lege wereld.

Ook benadrukt de kunstige verbeelding van de technologie hoe ongemakkelijk betekenisloos onzekerheid kan voelen. Ryoji Ikeda’s tentoonstelling (2018) betreft zeven kunstwerken die de wereld vertegenwoordigen door data, pixels en sinustonen. Ikeda schetst geen droomachtige belofte of schrikbarend toekomstbeeld. Een bezoek aan Ikeda’s kunstuiting doet beseffen hoe abracadabra de stromen data zijn waar we op alledaags niveau diep afhankelijk van zijn. Hier wordt de dunne scheidslijn tussen angst en nieuwsgierigheid voelbaar, tussen ontregelende onzekerheid en uitnodigende onwetendheid. Dit vraagt een nieuwe manier van verhouden, anderszins strandt het bij afweer en de conclusie dat Ikeda’s werk zinloos is. Het is echter onontgonnen gebied. Een synesthetisch ontvangen wereld, wiens duiding niet in het element verhaal gegoten is. Dit biedt geen grip via gedachtenpatronen of bekende gevoelens. Wat dan resteert, is op open onderzoek uitgaan.

Een revolutie in zelfbegrip

De kunstinterpretaties laten zien hoezeer we de ervaring mens vanzelfsprekend als middelpunt nemen in het begrip van technologie en diens evolutie. Kunnen we anders?

In een Groene artikel* van mei 2018 (20/21) schrijft hoogleraar filosofie en informatie-ethiek Luciano Floridi kritisch over enerzijds de schrikbeelden en anderzijds het onbekommerd optimisme, bijna gelatenheid rondom artificiële intelligentie. In zijn betoog worden deze posities vertegenwoordigd door de groepen Singularitarianen en AItheïsten. Floridi pleit voor een vierde revolutie in ons zelfbegrip:

“Wij bevinden ons niet in het centrum van het universum (Copernicus), van het rijk der biologie (Charles Darwin) of van de rationaliteit (Sigmund Freud). En na Turing bevinden we ons ook niet langer meer in het centrum van de infosfeer, de wereld van de informatieverwerking.”

Volgens Floridi zijn niet buitengewoon vaardige computers of onwaarschijnlijke AI het (potentiële) probleem, maar zijn wij mensen dit. In plaats van ons te preoccuperen met doemscenario’s waarbij ultra-intelligentie ons leven domineert, dienen we onze aandacht te richten op echte problemen zoals watertekorten, het klimaatcrisis en terrorisme.

Als wij mensen en waar wij onze aandacht op focussen het gestelde probleem zijn, dan is het van groot belang dat we onszelf leren kennen. Zelfs in onze neiging om onszelf als probleem te identificeren. Dit type kennen is bovenal een herkennen van het menselijk bewustzijn in onze creaties, neigingen en betekenisgeving.

De neiging, bijvoorbeeld, om bij verandering stress te ervaren, te piekeren, te projecteren of in verbeelding hernieuwde vrijheid te beleven (bijvoorbeeld via films). Een revolutie in ons zelfbegrip, betekent dat we ons er ernstig (als in accepterend) van bewust worden wat het betekent om mens te zijn. Dat we onze complexe natuur in het centrum van onze aandacht plaatsen. Een bewustzijnsgroei die verbeeld wordt in de serie Westworld (Nolan en Joy, 2016), waarin een doolhof symbool staat voor de poging tot zelfbewustzijn van de robots. Niet verwonderlijk is het een robot met de naam Dolores die het doolhof oplost en in het centrum uitkomt. En ook via haar karakter zien we dat het veelbelovende centrum alsnog uiterst conflictueus is: zekerheid op een goede aard is er niet. Wie 'in het midden' uitkomt, is juist onderhevig aan uiterst veel emotionele roering en wordt geprikkeld om per ommegaande te vluchten of vechten.

Omgaan met de aan leven inherente conflicten vereist emotionele groei. Pijnlijke, lichamelijke bewustwording en de wijze waarop we omgaan met deze bewustwording, reflecteert hoe draagkrachtig we zijn voor innerlijke conflicten. Kunst kan onze onzekerheid, ambivalentie en polarisatie hierover spiegelen en is daarmee een vrijplaats voor een sensitieve revolutie. Menseigen projecties kunnen in interactie met kunstbelevingen tot spiegelingen verworden, die ons in staat stellen projecties toe te eigenen. Herkenning. Dit leerproces vraagt moeite (emotie), omdat we er zo innig bij betrokken zijn. Geloofwaardige identificatie met de ene gedachte of preoccupaties met het andere gevoel zijn even aanlokkelijk als het aannemen van een alomvattend wereldbeeld. Wij zijn echter als mensen zelf de organiserende principes van persoonlijke ervaring. We zijn waarnemer en waargenome tegelijkertijd. In het actief aanschouwen van deze intrinsieke verbondenheid ontzenuwen we telkens weer blinde vlekken, zoals de illusie van afgescheidenheid of oppermacht.

In meer recente SF films en series zien we ironisch genoeg dat de machine steeds meer op de mens gaat lijken. In de op het eerste oog vrije verbeelding van filmmakers en serieschrijvers groeien mens en machine naar elkaar toe. Wat dit over de mens zegt, is confronterend. Durven we deze herkenning ook te erkennen of blijft het bij een projectie?

Abstracte waarden en intieme ervaringen

De met machines samenwerkende leiders van morgen dienen te weten dat er een ter plekke geleefd en gevoeld verband is tussen intieme emotionele ervaringen en abstract verkondigde waarden of een vindingrijk verbeelde toekomst. We bewegen voort in een lus. Het zijn emoties (angst) van waaruit we emoties in de vorm van sensaties (pijn) ontvluchten. De angst om mens in plaats van machine te zijn, is potentieel groot. Bovenal betekent dit het besef dat mensenlevens eindig zijn, pijn kennen, intrinsiek aan elkaar verbonden zijn en verontrustend eenzaam geleefd worden. Een paradoxale werkelijkheid waar we maar al te graag van wegrennen, als het moet naar een andere planeet. Leiders dienen hun intenties en de ficties waar ze in geloven telkens weer te herkennen. Deze revolutie in zelfbegrip is van wereldwaarde. Een dergelijke bewustwording draagt er immers significant aan bij dat je een persoon wordt met wie de ander beter kan samenleven en een persoon die aandacht leert schenken aan werkelijke problemen. In Westworld ontwaken robots uit de menselijke controle en nemen zij het themapark op wrede wijze over. In het nu ontwaken wij uit de vlucht van onze kwetsbaarheid en eren we complexiteit en innerlijke conflicten.

*zie: https://www.lottevanlith.nl/blog/film-masterclass-reflecties-op-het-lichaam

*zie: https://www.groene.nl/artikel/over-singularitarianen-en-aitheisten