Binnenin, intensiteit

Gepubliceerd op
8 juli 2019

‘En’, vroeg ik mijn partner eens, ‘Vind jij mij meer extravert of introvert?’
Hij zei slim, ‘Ik moet kiezen?’
‘Ja’, zei ik onzeker, gretig onderzoekend.
Hij dacht even na.
‘Introvert’, besloot hij
‘Waarom?’
‘Omdat er altijd veel meer in je omgaat, dan je aan de buitenkant laat zien.’

Intensiteit wordt vaak begrepen als een zichtbare, extraverte eigenschap. Maar, stel ik uit diepgewortelde ervaring, er is ook een interne intensiteit. Een beleefomgeving vertrouwd vol met levensgemoederen. Waar de intense mens impressionistisch met gedachten en gevoelens schildert. Waar creatieve processen woekeren, waar bedding voor leed wordt gevonden, waar worden gewogen worden als dragers van gemoed en werelden, waar vurigheid oog-in-oog met zoete twijfel staat, waar enthousiasme doorzingt tot inspiratie en de toekomst in dagdromen rusten kan.

Geraaktheid, passie, energie, beweging…die niet per se of nadrukkelijk aan de buitenkant te zien is. Die we niet meteen observeren, maar die wel degelijk ‘de ronde gaat’ in de binnenwereld van de intense mens. Deze intensiteit kan herkenbaar zijn voor introverte of extraverte personen. Waar ik de aandacht echter op wil richten, is het intense ínnerlijke vermogen, dat frequent gemaskeerd blijft, echter hongerig is naar expressie en alsnog goed vertoefd in onzichtbaarheid. Ik denk aan verhoogde concentratie, een sensitieve responsiviteit, een rijkgeschakeerd, gelaagd gevoelsleven, gerichte of ongebreidelde intellectuele interesse, vrijelijke verbeelding en emotionele subtiliteiten. Een dansbare overvloed aan indrukken, gevoelens, vragen en voorstellingen, die expressie ín en met de wereld behoeven, om niet te imploderen.

In deze innerlijke leefwereld kun je jezelf en jouw angsten, jouw associatiewolken en fijngevoeligheden, ruimschoots tegenkomen. Als twee zulks intense personen elkaar ontmoeten, dan is de basis van het goede contact gelegen in het wederkerig openen en heropenen van de beweeglijke binnenwereld. De bewustwording die bewustzíjn faciliteert. De herkenning dat twee universa elkaar ontmoeten en telkens uitgenodigd worden om ieders alleenzame ervaringskennis ontrafelend te herleiden tot eén universum.

Mocht een intense binnenwereld zulke ontmoetingen ontberen, dan ligt isolatie op de loer. Eenzaamheid kan wel tijdelijk een identiteit worden, is ook een voorwaarde voor sommige inzichten, maar zal op den duur emotioneel verarmen. Het is van groots gevoeld belang, dat wat de intense mens in zich opneemt aan indrukken, wat zich roert en vermendigvuldigt, deelt en doet opleven, ook uiterlijke expressie kent. In de fysieke wereld leeft. Daár hervindt de intense mens welzijn, integratie en soepele versteviging van zijn of haar autonomie-in-verbondenheid. Althans, zo ervaar ik met stip. Dán is het weer rond, de uitwisseling tussen binnen en buiten als één beleefd. En het daarmee wegvallen van het geforceerde onderscheid tussen introvert en extravert.

Wie een glimp of vloedgolf meekrijgt van dit innerlijk balet, herkent mateloze verwondering en eigenlijk nooit vergaan vertrouwen in het geraakt-mogen-zijn. Deze intensiteit is een katalysator van creativiteit en van eigenzinnige transformatie van geabsorbeerde prikkels.
Of, met de woorden van Virginia Woolf, “Odd how the creative power brings the whole universe at once to order.”

Laten we elkaar de inherente ritmes van deze intense innerlijke wereld spiegelen, laten we deze geraakt-en-geremdheid levenskunstig veruiterlijken. Als ware het - en dat is zo - een evenzo geldelijke expressie van levendig in Leven zijn!