Dirigent van divergent denken

Gepubliceerd op
5 juni 2019

 

“Wat ik zo gaaf vind om te zien, Lotte, is dat jij ervoor kiest je persoonlijke taalgebruik te tonen. Je schrijft zoals je schrijft en deelt jouw creaties. Jouw stem. Dat vind ik heel inspirerend.”

Even geleden ontving ik deze gulle weerklank tijdens een warmhartige bijeenkomst van zorgondernemers. 

Ah... ik heb dus een eigen stem, sprak mijn buik, gevuld met blijheid. 
De spontane spiegeling bleef bij. Waar en van wie had ik geleerd een "Tone of Voice" openbaar te delen? 

> Ik spoel even achteruit. Zo’n 12 jaar. Ik was 22, zat op de universiteit. Studeerde literatuurwetenschap. We zaten in te witte, overbelichte lokalen. Ik was - en ben regelmatig - onzeker in de groepsdynamiek. Toch was er die ene les...die qua intensiteit en werkvormen voorbijging aan het bezwarend zelfzoekende.

Grote blonde krullen, guitige blik, ietwat afgezakte broek. Bordkrijt in de hand, onnavolgbare tekstanalyses uitgeprint op het bureau. Tijdens het lesgeven áltijd heen-en-weer banjerend, zichtbaar nadenkend, ondergedompeld in de voor ons nog bewuste onbekwame filosofie. Aan het einde van de les nog even snel de vervolgopdrachten doornemen. Weinig toelichting, veel openheid van geest. Sommige studenten keken verbijsterd, zochten kaders en hapten naar lucht. Ik gaf mij direct op voor de eerste presentatie. Alles is mogelijk!

Op de universiteit maakte ik kennis met een docent met een eigen stem. 

Eigenzinnig was deze docent vrij letterlijk. Eeuwenoude concepten werden moeiteloos aan de maatschappelijke actualiteiten gespiegeld, actualiteiten werden ongebruikelijk gemakkelijk ontdaan van schijnbare nieuwigheid.
Sommige studenten gaven schuchter of behoeftig aan de lessen ongericht en ingewikkeld te vinden. Daar keek ik enigszins van op, ik was vooral gefascineerd. Deze docent leefde werkelijk. Althans, ík begon de docent werkelijk te zien. Het klaslokaal werd zuurstofrijker, verbeelding mocht sinds lange tijd weer eens deel uitmaken van de les, zocht geen uitvlucht door een raam.

Omdat de stijl van lesgeven, de gulle gedachtewisselingen en (voor mij) natuurlijke wijze waarop studenten werden uitgenodigd zélf te denken, een pedagogiek van mogelijkheden impliceerde. 

Deze docent dacht onvergetelijk creatief en kwam uit voor zijn waarden. De reikwijdte van wat binnen deze lessen inhoud kon zijn, was daarbij een bevrijding voor de divergentica in mij. Muziekwetenschap, politicologie, klimaatcrisis. De thema’s werden behendig met elkaar verbonden, de geest van ons studenten klapte soms uit-eén. Er ging een belevingswereld voor mij open. Misschien wel vooral, omdat deze docent desondanks de vele vraagtekens boven de hoofden van de studenten tóch zijn eigen stem bleef gebruiken. Doceren, niet om begrepen te worden, maar begripsvorming - te beginnen met fascinatie - aan te wakkeren. 

Dát wil ik ook, voelde ik aan de fysieke paraatheid aan de slag te gaan. Emotie werd motivatie.
Anders-zijn (dit accepteren en er geen opzichzelfstaande zoektocht van maken) en tegelijkertijd zó in contact staan met mijn omgeving. Inspirerend, bewustmakend, wakkerwekkend. 
Muziek met 'conceptual art', filmklassiekers met filosofie en neurowetenschap, cultuuranalyse met fotografie. In eén les, ongeremd nieuwsgierig, de symfonie intrinsiek aan de potpourri onderzoekend. 

De zelfstandige stem van de docent resoneerde. Resoneerde als inspiratie. Een beeld: ik als docent, met de intonatie, woordspelingen, verhaalkunde en gevoelde stem die cursisten met een karakteristieke cadans vertelt: vertel op! Elke keer dat ik tegenwoordig een studiedag organiseer of een college verzorg, komt deze herinnering vluchtig, meer dan voldoende prikkelend voorbij. 

Okee… Soms leer je meer dan je schijnbaar lief is.
Ook mijn actuele uiteenzettingen als trainer zijn weleens onnavolgbaar, zijn zo af en toe structuurloos, eindigen soms en voor sommigen met oeverloos open opdrachten. Convergeren is ook een kunst. 

En dat doceren meer is dan je stem gebruiken, dat moge een levenslange queeste worden. Er mag (meer) bewogen worden. Wat zeg ik? Gedanst. Met woorden, ook met materie en elkaar. Zo leren we tenslotte: lévend. 

Het 'doceerleerproces' gaat dus voort. Ik ben de uni-docent echter nog altijd dankbaar. Waarvoor? Voor schijnbaar simpelweg zichzelf te zijn. Een dirigent van het divergente denken. Hoe leerzaam! 

Het mooiste gebaar van dankbaarheid is het ontluikende besef, dat ook ánderen hun stem herinneren en rijpen, bijvoorbeeld door "de mijne" te herkennen.

Doe je divergente ding!