Een duik in het oude vertrouwde

Gepubliceerd op
24 september 2019

De afgelopen weken ben ik verschillende keren gaan zwemmen. Baantjes trekken, zoals dat volksmondig-en-professioneel heet. Deze sportiviteit had een hoog symbolische waarde.

Als prepuber was ik wedstrijdzwemmer en de herinnering hieraan koester ik. Ik vond het een heerlijke sport om te beoefenen: uitdagend, intensief, sensationeel fris. Ook is het een individuele sport, alle aandacht gaat richting je lijf-zijn, gestroomlijnde techniek en “binnenin jezelf”. Deze expressie van zelfbewustzijn deed me goed, ervoer ik als ontspannend-inspannend. Bovendien oefende ik in een ruim bad te Amersfoort, wat o.a. met zich mee bracht dat ik geïnspireerd mocht raken door veelgeprezen zwemmers tijdens hun Olympische voortijdagen. Gave vergezichten op de 50 meter!

Op enig moment tijdens deze zwemcarrière besloot ik echter te stoppen. Meer focus ging er onderhand richting de jongens in en om het bad. Ook van invloed: ik ontwikkelde een angst voor duiken. Of, eigenlijk preciezer, ik werd (in navolging van impacthebbende gebeurtenissen) chronisch angstig en de angst projecteerde ik op het duiken. Met weerstand duiken levert allerlei beweeglijke verkrampingen op, en dat mag er dan wel grappig uitzien, het is nogal pijnlijk zelfbewust. Elke start werd een valse start.

Het zwemmen liet ik achter mij en ik liep met vlinderslag achter de jongens aan. Regelmatig kwam de zwemzin terug maar gaande de weg was er iets anders dat mij uit het water hield. Zo rond mijn 13e raakte ik namelijk gepreoccupeerd met eten en mijn fysieke verschijning (lees: de op mezelf gerichte weerzin was een expressie van onmacht in de omgang met angst en boosheid). De zo ontwikkelende eetstoornissen gingen gepaard met een grote weerstand mezelf in bikini te (laten) zien. Tja, dan wordt het zwemmen lastig…..Met de jaren maakte ik telkens weer een omtrekkende beweging rondom een zwembad, hopende dat geen vriend of vriendin een uitnodiging zou plaatsen en ik - gecontroleerd en gedirigeerd door een kluwen aan emoties als schaamte en zelfafwijzing – een excuus "moest" verzinnen.

Goed, vooruitspoelend, anno 2019…

Eetstoornisvrij. Ik leef gezond en beweeg regelmatig op een cadans die mijn lijf lief is. Compulsieve gedachten raakten veelal op de achtergrond, mentale speelruimte werd steeds meer gevormd door aan noeste levenservaring getoetste, ongedwongen waarden. Anders gezegd: ik ben regelmatig onzeker en dat boezemt meestal geen overweldigende angst meer in.

De afgelopen tijd werd duidelijk dat ik een sport mocht vinden waarbij gewrichten en bindweefsel minimaal belast zouden worden. Zwemmen kwam als zeer logische keuze bovendrijven.

Met de vastberadenheid van een persoon die ‘het meest lelijke in zichzelf toch al was tegengekomen’ (zie: https://www.bewustzijnontwikkelen.nl/innerlijke-monsters-d…/) besloot ik ditmaal de blotebenenschuwte te trotseren en volmondig voor gezondheid en psychologische bevrijding te kiezen. Ik kocht een bikini en onsierlijke zwembril en fietste naar een onlangs gedoopt zwembad in de nabije contreien.
Daar aangekomen was de onzekerheid toch wel opgelaaid. Tegen de kaartverkoopster vroeg ik schuchter in welke baan ik zou mogen zwemmen, aangezien ik toch al zo lang niet in het water had gelegen… Zij, logischerwijs, vatte dit op als potentieel risico (kan ze nog wel zwemmen?) en vroeg puntig: ‘Twijfel je aan je eigen kunnen?’

Ik besefte weliswaar dat zij hoogstwaarschijnlijk het risico wilde afwenden dat ik zou verdrinken, maar zocht tegelijkertijd een oventjeswarm bad aan veiligheid in haar geuite zorgen. ‘Ja’, zei ik daarom met een verborgen lach. ‘Dan moet je je bij de toezichthouder melden en dit even vertellen, hij zal dan met je meekijken.’ Zogezegd, zo gedaan. Na de bemoeienissende schaamte in het kleedhokje te hebben uitgeademd, en op geen moment in de-gang naar-het-bad besloten te hebben rechtsomkeert te gaan, stapte ik voorgedoucht op de toezichthouder af en deed het korte verhaal.

“Uhmm..ik heb al heel lang niet gezwommen..” (ondertussen ontspannend vanwege de met een glimlach ontvangen bevestiging dat niemand mij toch wegkeek in deze bikini).

De toezichthouder gaf mij de oncomfortabele tip om in de zogeheten ‘babbelbaan’ te starten.
“In die baan kun je heel rustig aan doen, ik zou daar gaan zwemmen en ik kijk meteen met je mee.”
Ah, dat is sympathiek, dacht ik.

Totdat het tot mij doordrong dat ik waarschijnlijk prima kan zwemmen en dat ik dus – wilde ik geen complete flater slaan met deze extra voorzorgsmaatregelen – niet meteen mijn vroeg geleerde wedstrijdzwemtechnieken moest toepassen.

Ik gleed (niet dook!) het water in en zette het op een zwemloopje. Ja, natuurlijk ging het prima! Alles in mij wilde de borstcrawl in zette, maar dat kon ik op deze baan toch niet maken, dus ik kwakkelzwom rustig verder. Op zoek naar gemoedelijke gezichten in wie ik erkenning zou vinden, gekenmerkt door een uiterst vriendelijke ‘dahag'.
En. Desondanks dit ingehouden tempo...was het heerlijk! Ik herinnerde mij weer waarom ik zwemmen zo prettig vind. Regulier krijg ik het tijdens sporten heel snel warm tot aan oververhit. Dit probleem ontstaat minder snel in het koelende water. Ook de sensatie van het water en het onderwaterzwemmen heeft me altijd ontspannen, volledig in de ervaring doen opgaan. Het is een andere wereld, eén waar ik niet bang hoeft te zijn kopje onder te gaan in sociale onduidelijkheden. De zwembewegingen roepen concentratie af, mijn aandacht gaat automatisch naar de regulering van de ademhaling en een sneller kloppend hart is het signaal dat ik de onderwaterwereld beheers. Ik en mijn onbewuste… toch eén.

Goed, zo genietend, de druk van de bovenwaterwereld trotserend, kon het niet anders dan dat ik borstcrawlend, rugslaggend en flowend verder ging.

Eenmaal terug bij start liep de toezichthouder dan ook besloten op mij af:

“Nou, dat ging helemaal prima hoor!" Met de suggestie van een medezwemmer er achteraan: "Ik zou op die baan daar verder gaan zodat je lekker door kan zwemmen.”

Met lichtroze schaamte op mijn kaken – of was dat de ontspannende inspanning? - nam ik de zelfonderschatting aan en voelde ik mij tegelijkertijd bevrijd van 21 jaar heimwee. Het water is weer van mij, ik kom eraan!!

*****
De opdoemende duik-angsten tijdens mijn puberteit zouden ook als regressie begrepen kunnen worden. Zo heeft mijn moeder niet eenmaal verteld over de eerste zwemlessen. Hoe alles van mijn kleine lijfje zich schrap zette om maar niet het bad in te hoeven, hoe ik absoluut weigerde mee te werken aan de zwemlessen. Toen ik uiteindelijk toch het bad in sprong, zwom ik binnen no-time goed! Dit is niet alleen een familieverhaal met de glans van moederlijke trots, het is ook een verhaal vol archetypen dat zich bijna 30 jaar later herhaald! Zo volwassen, zo kinderlijk kwetsbaar.

Angst leidt een eigen leven. Leid je af van het leven dat je eigenlijk graag beleeft, en waar je jezelf tegenkomt met alles wat je in hebt – liefde tot leed, talent tot onkunde, goed en kwaad. Uitdagingen zijn hyperindividueel, ze uit de weg gaan is universeel. Toen ik eenmaal durfde te zwemmen, durfde ik ook het contact aan te gaan met dierbaren over ogenschijnlijk niet ter zaken doende innerlijke conflicten. Innerlijke conflicten die verband hielden met fysiek opgeslagen spanningen, die ontspanden in het onder water herinnerd vertrouwen. Een kans tot een nieuwe psychische organisatie en verdiepte relaties. Zo gezond is bewegen c.q. in beweging komen ;-)!