Eéngesprek

Gepubliceerd op
9 juni 2019

Soms kom je niet tot wederkerig begrip. Je hebt de meest gewogen woorden verkondigd, gepoogd over pronkende prioriteiten contact te maken, geëmotioneerd je zegje gedaan. Er waren blikken naar de vloer en voeten richting de deur. Lippen werden op elkaar gedrukt en zinnen door elkaar gesproken.

Je reikt wel uit naar elkaar, maar de wijze waarop drijft jullie van elkaar weg. Er zijn misschien verwijten, vingerwijzingen, eisen en oordelen. Of je praat, omzichtig genuanceerd, telkens langs elkaar heen. Mist de verbinding, praat tegen een verinnerlijkte muur, spreekt slechts in projecties. Je bent bang om te kwetsen, gelooft dit wantrouwen, en onderhoudt zó de ontstane afstand. Of je overschreeuwt jouw sensitiviteit en blindeert de zachtmoedige binnenwereld.

Oude wonden spelen op, nieuwe afweer dient zich aan.
Begrepen worden lijkt een hoofddoel op zich. Stilte betekent stilzwijgen.

Het zijn de meest lastige, ontregelende interacties. Ergens voel je wel, dat je in de kern gelijken-in-strijd bent. Juist in het onbegrip spiegelen jullie elkaar. Je hebt - vul je verbinding-gretig in - alle twee een diepergelegen verlangen tot helder en liefdevol contact. Dat vóel je wel, maar je kan het niet in gedeelde aanwezigheid dóórvoelen tot rust en ruimte. Het is een levenswetenschap die zich niet in dit contact, deze levensvorm of deze context te kennen geeft. Een uitgesproken, gedeelde intentie is nu ondenkbaar, je kan niet anders dan vertrouwen op ieders onmacht.

Gehechtheid aan bevestigende begripsvorming komt oog-in-oog te staan met de overmachtige kwetsbaarheid van allebei. Er zijn geen woorden of waarden die nu gelden, onproductieve acceptatie wordt gevraagd.

Dat zijn momenten of perioden om losser te laten wat je tevergeefs vasthield. Om je aandacht te her-richten. Een troostwarm bad, zalvend muziekstuk, sentimentvrije wandeling, gestrekte blikken over de zee. Momenten om je gemoed te voeden. De vriend die onvijandelijk luistert, de roman waarin je de trefzekere metaforen vindt, de dans waarmee je de chaos bezweert. Accepterend, in de wetenschap dat het contact wel weer naar je toetrekt, mocht je er nogmaals van leren mogen.

Dit zijn misschien ook momenten waarop een subtiel stekend onrecht, weeïge wanhoop, heroïsche hoogmoed of dwangdadige stelligheid in je opborrelen.

Neem deze neigingen waar, beweeg niet volledig met ze mee. Vertrouw hun eigenlijke zeggenschap toe aan de onzekerheid van de toekomst. Met de tijd ervaar je andermaal de ruimte tot fysieke toenadering en mentale ontvankelijkheid. Of niet. En dat is ook oké.

Precies dit helemaal-niets-hoeven is het ontwerp voor een eventuele, toekomstige ontmoeting. Waar twee personen elkaar nú niet vinden, duizend perspectieven onbelicht blijven, is er nog altijd eén samensmedend, soms onnavolgbaar geheel. Angst voor onverbondenheid mag daarin ontspannen. Dat is - herinnerde ik - oké.