Kiezen, laten of terugtrekken

Gepubliceerd op
31 augustus 2017

"Bij pijn trek jij niet terug."

De mondhygiëniste vatte in een ogenblik een inzicht samen waar ik jarenlang over deed. Tenslotte zag zij wel het achterste van mijn tong.

Al jong meende ik een keuze te hebben, namelijk flink te kúnnen zijn, op wilskracht. Ik begreep toen niet dat de pijn, direct daaropvolgende weerstand en samengebalde spanning elders in mij tot verkramping leidde. Dat wilskracht ook verkramping is. Dat inhibitie daadkrachtig is.

Misschien was ik daarom altijd een beetje verdrietig na een bezoek aan de huisarts of tandarts. Misschien inhibeerde ik sterk en liet ik nadien los wat verkrampt was.

Mijn moeder legde de huisarts eens, meer dan eens uit dat ik wel degelijk pijn had.
Ik bleek na een onhandige val een gebroken arm te hebben, de huisarts keek met ongeloof. Misschien zag ik ongeloof waar ik het wilde zien.

Huilen deed ik niet, al vroeg meende ik dat ik een keuze had dit níet te doen, dat het huilen de arm niet zou lijmen. Okee, ik viel onhandig voorover en brak zelfs mijn arm. Opstaan en weer doorgaan, dit script is niet te veranderen. De pijn, de schrik, de ontgoocheling stonden een beetje van me af.

Jaren later wilde ik huilen maar er kwamen geen tranen. Ook toen zat wilskracht in de vorm van moeten het tranendal der dingen in de weg.

De mondhygieniste had vandaag gelijk. Af en toe verstijfde een rechterpink of traande een oog oppervlakkig tijdens het schoonmaken.
Mijn gedachten dwaalden op en af, en ik concludeerde: "Wat een vertrouwen eigenlijk, om zo hier te gaan liggen. En wat een luxe om zo'n behandeling te kunnen krijgen."
Het pijnlijke wrikken tussen mijn tanden boog ik om tot dankbaarheid. Dat vroeg focus voorbij en inclusief de pijn.

Wegtrekken deed ik niet, doe ik vaak niet en blijft een gevoelig punt. Ik ga eerder op de pijn af dan dat ik ervan weg beweeg. Uiteraard zijn er gradaties, uitzonderingen en is er onwetendheid. Ik ken lang niet alle pijn en ik generaliseer een tikkeltje pretentieus. Van pijn maak ik een emotie en vervolgens een gedachte, uitmondend in waardering. Al is de chronologie discutabel, zo begrijp ik het zelf zingevend.

Vroeger maakte ik mij zorgen over de gelatenheid richting pijnen. Wat is er toch mis met mij, dat ik de pijn onderga in plaats van afweer? Was het pervers? Misschien transformeerde de geïnhibeerde pijnprikkel tot zelfafwijzing. Destijds, zeker gedurende de adolescentie, zeker geen vertroosting.

Ik dacht dat pijn onvermijdelijk en tijdelijk was, herinner ik mij nu althans. Ik was een jaar of zes, zeven. Dat pijn slechts een gevoel was, niet meer en niet minder. Mij er tegen verzetten, maakte van pijn lijden. "Dan wordt het alleen maar erger." Daar en toen had ik het op een juist spoor, meen ik nu, al is de voorwaarde wél dat je luistert naar de pijn.

Dit laatste heb ik door de jaren heen geleerd. Work in progress. De spiegeling van de mondhygieniste helderde op. Terwijl ik reflexief slikte.

Laatst zei mijn lief in navolging van een dialoog over onze communicatie: "Het is ook maar een emotie."
Ik werd een beetje geïrriteerd, zelfs boos.

De opmerking raakte, vast ook omdat ik er zelf zolang in overtuiging mee heb geleefd. Als het mijn emoties betrof, dan waren het "maar emoties". De woorden van mijn lief riepen verzet tegen deze oude gewoonte op. Dat was projectie.

Niet lang geleden ervoer ik de kortdurende noodzaak om emotie in alles, om emoties als "alles" te zien. Van pijn tot lijden, van "fysieke beweging" tot geloof, van somatische klachten tot intellectuele gedachten. Deze begripsexercitie leverde veel inzichten, boeiende herinterpretaties en uiteindelijk berusting en vertroosting op.

Nee, tuurlijk, emotie is niet alles. Maar het opblazen tot buitengewone proporties ontdeed het concept van zijn gelatenheid in mijn voelen en blies leven in de momenten waarop ik mij neigde terug te trekken in het denken.

Zo vond ik mijn weg terug naar pijn, zonder er per se op af te moeten stuiven.

Het is nog steeds wel eng om er naar toe te bewegen. Sterker nog, ik heb ervaren: het is eng! Vooral als het geen fysieke pijn is (en het erop afgaan in den beginnen ook een fysiek bevel is), maar een vaag gevoel in mijn buik. Had ik daar maar een tandenstoker voor ;-)!