Liefdesbrief

Gepubliceerd op
8 december 2018

Vrijdag 7 december overleed onze hond en levenslange vriendin Dora. Ik schreef een afscheidsbrief, die voelt als een liefdesbrief. De brief deel ik, omdat het getuigt van de innige band. Hoe moeilijk het verlies ook voelt, deze innige band zie ik als schoonheid van het leven en samenleven.

*In mijn droom anderhalve week terug rende Dora voor mij uit. Ze rende hard, over kruispunten, straten, langs huizen. Behendig, vrij en vooruit. Automatisch zette ik het ook op het rennen, maar al gauw had ik door lang niet genoeg snelheid te maken. Ik sprak mezelf toe, ‘tuurlijk kan ik veel harder rennen dan ik altijd gedacht heb’. Tot mijn verwondering rende ik keihard, maar Dora bleef ver voor me uit en ik wist zeker: ik zou haar nooit meer inhalen.*

Lieve Dora,

nu heb ik vele woorden maar de laatste aai zei het allemaal al. Ik fluisterde 'dank je wel' vanuit het diepste van mijn wezen, de laatste zucht bracht een ontlading aan tranen, een levensvorm ging.

Toch schrijf ik nog een liefdesbrief, een uiting van gevoelens die ik overweldigend veel ervaar en waarvan ik meen dat het waarachtig is ze als stimulans tot nieuwe verbinding aan te wenden. Ook omdat deze brief aan jou laat zien welke intensiteit met overgave samengaat, precies wat je mij leerde.

Toen je voor de eerste keer als een blok op mijn schoot in slaap viel, keek ik met ontwapenende verbazing en herinnerde ik tederheid. Zó voelt dat dus.

Al die jaren zijn we als vanzelfsprekend samen geweest. Er waren tijden waarin ik met geen mens een nabije band voelde, en dan was jij de brug, verbinding, het steunpunt, de structuur in mijn sociale en innerlijke leven. Alsof je zei “je vertrouwt geen mens, leun maar even op mij, je leert het gerust opnieuw”.

Toen ik twee weken terug accepteerde dat je werkelijk zou overlijden, brak mijn hart. Ik zei met grote tranen “Ik weet niet wie ik ben zonder Dora”, waarmee ik eigenlijk zei dat je altijd bij me bent geweest in tijden van verwarring, onzekerheid, twijfel, instabiliteit.

Er leek soms een oneindige leegte in me, maar ons contact herinnerde me aan het aardse en substantiële. Geen wonder dat jou loslaten zoveel losschudt.

Anderen vonden je snoezig, en zo was er regelmatig een gesprek met een onbekende. “Jullie hebben allebei grote bruine kijkers”. Er is geen trein in Nederland die we niet van binnen gezien hebben. Met jou had ik altijd ongedwongen bekijks en de emotionele wond van het ongezien-zijn genas. Bovenal voelde ik je kleine, onrustige lichaam dichtbij me en daarvoor mogen zorgen, bracht levensovertuiging.
Eigenlijk vormden we een mini-gezinnetje, dat ik als dolende jongvolwassene uit een ontwricht gezinsleven en in een onwennig maatschappelijk systeem wel behoefde.

Mijn vader zei “een hond, dat zou je goed doen”. Hij had gelijk, en wel omdat ik moest leren hoe goed voor jóu te zorgen.

Ik zag hoe mensen hun liefde voor het leven via hun zorg voor dieren uitten en hoe communicatie tussen mensen via andere dieren verliep. Soms stemden dit verdrietig, maar net zo goed was er dankbaarheid. De verbondenheid was er tenslotte.

Ik wist niet echt hoeveel ik je liefheb: als de intensiteit zo groot en instinctief is, dan blijft deze vaak onbewust.
Zo’n hompje zacht snurkende hond aan je zij, dat ademt vertrouwen, ontspanning en spontaniteit.

Houvast. Heel veel houvast. Jij was zoveel houvast. Kenmerkend vond ik het veel te spannend om je los te laten lopen. Waar ik stond, daar kwispelde jij. Als een swingend kompas!

Lange tijd was ik aanhoudend en wazig verdrietig, maar jij had ongebreidelde levensvreugde, alleen al als je me zag en zeker als dat bekroond werd met brokken, spel, een plek naast in de auto, een aai of tien.

Ik had een eetstoornis en eigenlijk was jij de vreetgrage, alternatieve geneesdame in huis. Als een toevlucht trok ik naar je toe als het contact met andere mensen mij te veel werd, wanneer de angsten de overhand namen en jou knuffelen lichaamsbewustzijn bracht.

Ik weet niet of wij mensen echt goed voor andere dieren zorgen. Het antwoord is steevast 'ja én nee'. We hebben zoveel te leren en, zoals mijn bericht ook laat zien, stellen we onszelf centraal. Kunnen we anders? Zijn we slim en moedig genoeg om andere dieren te begrijpen?

Jij wist in ieder geval hoe je in het centrum van inhuiselijke aandacht kon staan. Joost weet hoeveel projecties je van ons hebt verduurd!

Pijke wist als een oplettend arts de meest zorgvuldige klinische observaties te maken en verhelderde jouw zorgbehoeften. Ik keer naar jou en ik zag vooral gevoelens. Meer waarheidsgetrouw is het om te zeggen, dat soms Pijke en soms ik jouw stem leek te vertolken. De zorg was bij uitstek een samenwerking. Sámen keken we met een zorghart naar hoe je gestaag en toen progressief zwakker werd. En ook nu delen we de tranen.

We hebben een goede tijd gehad. Vol plezier, ravotten en spel. "Hop, erop af", leek jouw adagium.

De laatste keer dat je uit jezelf bij me kwam zitten, was nadat ik hardop uitsprak dat het beter zou zijn om je te laten rusten. Bizar en wonderlijk toch, dat je juist op dat moment in mijn schoot nestelde en voor de laatste keer op deze heilige plek ongeremd in slaap sukkelde.

Het leven doet vandaag pijn, omdat het leven me leert ook de dood te zijn. Dat is okee. Ik koester het gevoel, al lijkt het oneindig.

Langzaam trok je ziel weg, zo voelbaar want je verslapte letterlijk. Je was meer en meer afwezig, met je staart tussen je achterpoten terwijl je jouw koppie zwaar liet hangen. Waar enthousiasme regeerde, overwon levensmoeheid het nu. De artrose kreeg de overhand, de levenslust verdween uit zicht, je staarde met staar voor je uit en raakte zelfs de gebruikelijke weg naar de plasplek kwijt. Je at moeizaam en kukelde bijna over je waterbakje. Je keek me aan en kwispelde even met je staart, maar liet zelfs het verse eten staan en kwam slechts struikelend verder. Met medelijden nam ik dit waar en zo leerde ik dat medelijden niet hetzelfde als compassie is.

Even leefde je op, om je vervolgens terug te trekken en slechts voor lekkernijen je neus op te halen. Toen de dierenarts over de tumor sprak, was de keuze als existentiële keuze pijnlijk voelbaar. Pijke en ik kwamen er met acceptatie en verdriet uit: het is goed zo.

Gaandeweg zal ik zó leren vertrouwen op de andere mensen zoals ik als vanzelfsprekend vertrouwde op mijn zorg voor jou. Althans, onze innige band heeft mij geleerd dat er zoiets als een onbevraagde maar bewust geleefde overgave mogelijk is. Dit is de kern die voortleeft.

Nu dat je er niet meer bent, weet ik dat acceptatie van het soms vlijmscherpe gemis onze emotionele uitdaging is. Dankbare herinneringen wijzen de weg.

Ik kan nog bijna niet geloven dat je nooit meer terug zal komen, ik zal je nog vaak aanspreken in verbeelding. Het is ook maar goed dat gevoel eeuwig lijkt te duren. Op sommige momenten is het juist de moeite (emotie) die de mooite ademt.

Je bent nu in brokkenhemel, precies goed zo. Ik ben aan het rouwen, precies goed zo.

Het verdriet leert me nederigheid, het leert me om de “als dan” te ontmachten. Op enig moment is er geen “dan” meer en juist dat maakt het leven van hier en van nu zo springlevend. Dat is een cliché, omdat het waar is.

Misschien word ik oud genoeg om wat tussen ons vanzelfsprekend was ten volste te waarderen en ‘op z’n menselijks’ te verlevendigen in contact met dierbaren. In de tussentijd leren alle tranen om wie er nu in mijn leven is nog steviger te knuffelen en nog meer ontspannen los te laten.

Langzaamaan verteer je tot adembenemend mooie botten en groeigrage grond. Wat resteert is de liefde. Deze zal ik, tot opnieuw treuren aan toe, weggeven.

Lieve Dora,

Dank je wel, je was een schat van een mede-dier!

Lot,

je maatje