Moederliefde

Gepubliceerd op
19 juli 2017

Van wegkijken naar terugblikken, tot spiegeling aan toe

Langer dan een jaar geleden schreef ik onderstaande post, uit de losse pols, op Facebook. De improvisatie werd destijds begeleid door muziek die een vrije geest bemoedigde, als ik het me kloppend herinner. De post is me bijgebleven, digitaal en, voornamer, emotioneel. Niet alleen vanwege de relatief vele reacties. Het schrijven was emotioneel elementair van betekenis. Door zo expliciet de intensiteit van mijn moeder, zoals ik deze ervoer, te appreciëren, leerde ik significant liefdevoller zin te geven aan haar persoonlijke, niet ouderlijke eigenheid. Eigenheid die ik als intens heb ervaren, soms gewichtig als schaduw over mijn behoefte aan verlichting van de mijne.
Intensiteit die ik, zoals zo vaak gebeurt, heb getracht te willen elimineren, waarmee ik gaandeweg steeds en soms te nauwer nood ervoer mijn moeder van me af te moeten houden. Dat de gedachte aan toenadering mij van tevoren bezwaarde. Een gegeven dat, weet ik nu, maar weer onpersoonlijk bevestigt hoe alomvattend zelfreflectie is.
Door de jaren heen groeide het besef dat ik, door mijn innerlijke conflicten in stilte te vermijden, ook haar op afstand plaats, heb geplaatst.
Het zou tijd vragen om de negatieve vrijheid die ik daarin vond om te buigen tot een positieve variant: er is zoveel moois dat ik van haar en van ons contact geleerd heb, zoveel moois waarin ik mezelf herken. Sterker nog, waarin ik háár individualiteit mag meemaken. Een intensiteit waarmee ik de wereld aanschouw, tegemoet treedt en ervaar. Sterker nog, in contact met mijn moeder waan ik mij geen toeschouwer en voel ik mij de ervaringsdeskundige. Dat neem ik haar nu in dank af. Stilstaan en met deze intensiteit kunnen zijn, bleek het bieden van draagvlak voor onze beider gevoeligheden. Niet in de laatste plaats omdat ik mijn moeder leerde zien, minder verblind gehecht aan mijn projecties raakte.
Onderstaande post was een belangrijk portaal tot deze gevoelens van waardering. Daarom bleef het spontane bericht mij bij, blijmoedig.

*

Nootgedwongen intiem (2016)

Ik denk met veel vreugde terug aan de keren dat mijn moeder salsa opzette en onze woonkamer in een dansparadijs omtoverde. Zij kon zich gewoon geven! Ook al klonk het soms vreselijk vals en zong ze iets onverstaanbaars waarvan ik later begreep dat ze ook niet precies wist wat het nu eigenlijk betekende. Magisch, want het klopte wel allemaal, we stonden helemaal in verbinding. Daar waar de communicatie op andere momenten, om voor mij destijds gelijkaardige redenen soms stuk liep, werden we al dansend beide gehoord, gezien en beleefd. Ik wilde graag playbacken, en de dweilstok werd mijn microfoon, met de bevrijdend grijnzende blikken van mijn moeder als mijn perfecte puberpubliek en de meedeinende heupen van mijn zussen als opperste goedkeuring voor die ongeremde bewegingen van en naar elkaar toe. Een en al genieten, en nu de puberale schaamte in intensiteit heeft afgenomen en ik meer en meer opensta voor het hele pallet aan onvervalste herinneringen, zet ik dezelfde muziek op en ga ik nostalgisch aan de haal met een dweilstok en ongepolijste associaties. Misschien dat het nog zover komt dat ook ik op mijn fiets al hardop zingend de buurt toe-eigen, zoals mijn moeder dat vroeger tot mijn verwondering en conflictueuze irritatie aan toe deed. Ik zing in ieder geval net zo vals als mijn moeder, da's al mooi meegenomen, en ik heb nog wel wat levensliederen in de aanslag om mezelf ongeschonden in te verliezen. Nu maar hopen dat mijn moeder het nog eens meemaakt, en mij dan héél eventjes maar wel vreselijk irritant vindt. Dan weet ik zeker, dan grijns ik ietwat verbijsterd, en zingen we samen net zo hard weer door tot onze stembanden het begeven, en ons niets rest dan een flinke schaterlach.

*

Nu, meer dan een jaar later, raak ik samen met mijn partner vertrouwd met gedachte-experimenten. Over hoe het zou zijn, om samen vader en moeder te zijn. In werkelijkheid is dit alles hoogst hypothetisch – er is geen sprake van zwangerschap - desalniettemin en niet met geringe zin is de verbale en non-verbale uitwisseling die we hierover hebben intensief symbolisch.
Een als intuïtie aanvoelende stem in mij leeft nalezend op en vertelt dat ik als dochter van mijn moeder wil houden ‘zoals ons contact zich ontvouwt’, om het even mijn grijpen naar begrip van haar, voor míjn, met name vroeger zo pregnante gevoelens van eenzaamheid. Als mogelijk aanstaande moeder voel ik de emotionele missie om te accepteren waar ik geworteld ben, waar mijn gevoelens ontsproten zijn en welke condities me hier brengen.
Nu, na jaren van zelfonderzoekend in de wereld zijn, ontmoet ik in deze gedachtegang de zekerheid dat ook mijn moeder eenzaamheid kent. Dat mijn verlangen om van haar te houden zoals zij is, voor zover mijn ervaring reikt, een expressie van de liefde is die ik alle jaren heb mogen ontvangen. Liefde die in daden uiting en voortgang vond.
Dat is geen vertroosting, wel een intieme verbondenheid, die literair ook onbeschreven kan blijven, maar een niet te miskennen gevoelsrealiteit kent. Een verbondenheid die mijn ontstaansgeschiedenis, voorafgaand aan mijn geboorte, en mij ín de wereld hecht. Blijft hechten.
Wetendheid verlicht, tezamen met zorg, dit hechten tot houden van. Op afstand, in nabijheid, voor en na mijn bestaan als moeder, misschien wel nooit als moeder en onveranderlijk als dochter, juist dankzij de fluïditeit van onze rolwisselingen.
Eergisteren las ik dat een vriendin, die ik weliswaar weinig zie maar bijzonder nabij voel, zwanger is. Mijn instinctieve reactie op dit prachtige nieuws bracht me met lichtsnelheid in contact met mijn moeder. Niet letterlijk en ook niet zweverig. De blijmoedigheid over de zwangerschap constitueerde empathie over de levensvreugde die mijn moeder ten alle tijden deelt als zij hoort oma te worden. Daar heb ik me door geïntimideerd gevoeld. Begrip via het erkennen van de blijmoedigheid transformeert de intimidatie naar spiegeling. Ik heb in de onderstroom zogeheten ‘geweten’ dat ik mijn eigen intensiteit hierin terug kon lezen en er zodoende niet aan wist te ontsnappen.
Tuurlijk. Natuurlijk. Achteraf beredeneerd, onderbewust voorgeleefd.
Het is evenzo blijmoedigheid waarmee mijn moeder, als ze mij ziet en ik haar (van wie had ik ’t anders!), kort van duur verlegen wegkijkt, zodra we elkaar, bijna pijnlijk ontvankelijk voor elkaars sensitiviteit, tegemoet lopen.
Zo voelt dat dus, verzucht ik.

Het vraagt wellicht járen voor volwassenwording om ruimte voor elkaars gevoeligheden te maken. Zij, mijn moeder, droeg de tijd in de vorm van ruimte allang rond voor ik er ook maar een schijntje bewust van was. Haar onderbuikgevoelens spraken boekdelen, mijn geschiedschrijving onder eigennaam visionair vooruit.

Terugblikkend had ik met bewustmakend besef een aantal jaren terug graag mijn vakantie onderbroken om alsnog aanwezig te zijn bij de begrafenis van mijn oma, háár moeder. Zo is het niet gegaan, zo leer je door ervaring wat waardevol is. Terugkijkend, vooruitblikkend, omarmend.

Een buik vol onderbuikgevoelens vertelde mij eergisteren en vandaag, al schrijvende, dat ik liefde genesteld doorvoel. Vele beweegredenen tot dansen, me dunkt. In de geschiedenis die ik deel met mijn moeder is de toekomst ver vooruit geworteld, daar kán, sterker nog daar wíl ik mij niet aan onttrekken. Dat maak ik mezelf wijs en dat voelt met terugwerkende kracht als een subtiel eerbetoon aan de liefde die reeds in daden tot uitdrukking kwam, ver voorafgaand aan de inmenging van mijn geweten. Hulde aan mijn moeder, lof voor de intensiteit die we al delende vermenigvuldigen! Roem aan de moederliefde.