Noem mij maar Lot want Té ben ik toch al

Gepubliceerd op
19 februari 2018

Complexiteit en intensiteit: een radicale acceptatie van Zijn

Dit is een nieuwe versie van een blog dat ik een jaar geleden schreef. Dat blog heette ‘een radicale acceptatie van Mooi-zijn’. Er moest toen ‘iets van mijn hart’ en ik schrijf met de tijd meer en meer ‘vanuit mijn hart’.

Bij voorbaat dank voor het luisterend en invoelend meelezen.

Sinds 2011 werk ik als coach voor begaafd-gevoelige volwassenen en adolescenten.

Ik heb door de jaren heen zoveel geweldige persoonlijkheden ontmoet. Deze voortgaande ontmoetingen zijn voor mij een ongelooflijke sociale voedingsbron geweest en ik heb mij tegelijkertijd kunnen uiten in een setting en op een wijze die mij goed lagen en liggen: empathisch, positief-stimulerend, zelfstandig en creatief. Geweldig!

Er was binnen deze voor mij op kwaliteiten gerichte setting ook ruimte voor kwetsbaarheden, waardoor ik enkele daarvan gaandeweg meer waarheidsgetrouw heb ont-blind. Ik had de vrijheid die ik vond in het zelfstandig werken als vorm van veiligheid nodig, zo lijkt het. Juist om mij sociaal – in verbinding – te ontplooien en daarin te leren zien wat ik uit aangeleerde verdediging neeg (en soms neig) te vermijden.

Ik had met name moeite met ‘plat’ samenwerken. Het daarbij gevraagde vertrouwen en het geduld, de gevraagde, heldere communicatie en het niet al te kort door de bocht gaan wanneer ik een ‘beeld’ had van hoe ik een activiteit zou willen vervolmaken, het om hulp vragen, de erkenning van andermans kwetsbaarheden…

Omgekeerde ‘moeiten’, die ik zelfstandig werkend als 'moeiteloos mezelf-zijn' teruglees in de eerder benoemde kwaliteiten. In de samenwerking bleken de kwaliteiten een fijnmazige kwetsbaarheid, zelfstandig ondernemerschap bleek de ongeplooide context waarbinnen deze kwetsbaarheden tot bevestigde kwaliteiten konden opbloeien.

Wat binnen samenwerking als bazig gekwalificeerd werd of oplicht hoe ik voorbij kan gaan aan onzekerheid om mij willens en wetens op een beeld van de toekomst te storten, is als zelfstandig creatief ondernemer de grond onder mijn voeten, de heldere vergezichten van dagdromerij en de meer-dan-overleving van eerder ter verdediging aangesproken persoonlijkheidskenmerken.

De groei die ik als persoon én ondernemer heb gemaakt, roept echter onherroepelijk op tot ‘plat’ samenwerken.

Plat is: eerlijk, assertief, open en met berusting. Zowel de clienten met wie ik samenwerk (en wat fijn om dit zó te omschrijven) als de projecten waarbinnen samenwerking een rol is gaan spelen, prikkelen mij om de meer genuanceerde expressie van kwetsbaarheid te erkennen. 

Juist daar waar ik mijn gevoelens in verzwegen stilte neeg voorbij te razen, te meer als het om contact met direct dierbaren ging, dáár leer ik ‘platte’, noem het horizontale samenwerking. Daar waar emotionele eerlijkheid gevraagd wordt, de basis van goed, houdbaar sociaal contact, juist omdat het dierbare contact zó na aan het hart gaat dat ontkenning direct in de kern van de relatie raakt. Daar waar niet eens zozeer empathie gevraagd wordt, maar helder gewaarzijn. Verwelkoming van wat zich aan gevoelens aandient.

Daar waar de flexibele, creatieve subjectieve interpretaties, die mij als zelfstandig ondernemer de ruimte boden om positief-stimulerend te zijn naar mijn omgeving, er niet zo toe doen. Daar waar ik niets aan het scheppen ben, maar aan het ophelderen.

Trouw aan wat er binnenin mij omgaat, als het op relaties aankomt, dat was en is, zoals ik het nu zie, hét leerdoel verscholen in mijn werk als coach en spreker.

Een impliciet leerdoel dat direct zichtbaar werd in mijn persoonlijke leven, waar de nood om te leren samenwerken gelijk op ging met het steeds beter leren kennen van, steeds meer gewoonlijk samenleven met mijn Lief en het liefdevol vriendelijk losser laten van mijn ouders als ouders, om hen te leren zien en waarderen als personen.

Gaande de weg leer ik de denkbeeldige touwtjes wat losser te laten, door ze te leren zien als denkbeelden. Ook heb ik middels eigen kwetsbaarheid mogen ervaren: ik ben geen reddende engel en in samenwerking wordt met regelmatig eerder een luisterend oor dan een oplossingsgerichte werkwijze gevraagd. Tegelijk is er meer waardering voor de zin van volgbare structuur, juist waar ik eerder predikte dat chaos over ware creativiteit heerst.

Gaande de weg ben ik meer consequent in mijn inconsistenties, ietsjes meer detailgericht en zelf-spottend bewust van de zovelen ontheemde projecten – er zijn altijd veel meer ideeën te bezigen dan in praktische uitvoering verwezenlijkt kunnen worden.

Gaande de weg neem ik zelfs de administratie binnen de perken voor lief. Okee, dit is en blijft een uitdaginkje…

Gaande de weg  is er de notie dat sommige persoonlijkheidskenmerken sterk contextueel zijn, andere een leven lang vrijwel ondankbaar met je mee reizen en weer andere als sneeuw voor de zon oplossen zodra je ze oprecht leert zien (makkelijker gezegd dan..). 

En, alomvattend, gaande de weg leer ik te erkennen van wat nu eenmaal schuurt en rottig voelt, ‘negatief is’ en niet met man en macht tot positiviteit omgebogen hoeft te worden.

Het ‘schuren’ waar ik te midden van alle dadendrang ruimte voor kan maken, zodat de invloed ervan oplost zoals het dynamisch verscheen.

Na vele jaren van extreem onzeker en extreem zelfstandig zijn, waarin ik wat er gevoelsmatig, communicatief en relationeel om mij heen gebeurde verinnerlijkte - inclusief de conflicten en soms hard gemiste aanwezigheid van mijn sociale omgeving - heb ik mij de afgelopen jaren op een van de meest dankbare manieren mogelijk weten te ontwikkelen tot een vreugdevol en binnen mijn standaarden (ha ;-)!) succesvol ondernemer.

Uiteraard en volstrekt belangrijk alsnog te benoemen: Mede dankzij mijn omgeving!

En, iets meer dan iets belangrijker dan het succes als ondernemer: ik heb me ontwikkeld tot een frequent liefdevol persoon, zichtbaar in samenwerking met een omgeving waarin ik mij gespiegeld zie en voel, emotioneel en intellectueel gevoed voel, waarin ik betekenis vind in wat ik onderneem en waarin ik basaal weet hoe, waarom ik waarvoor en voor wie bij kan dragen aan “de ontwikkeling getiteld Leven”, dat mij sinds heugenis zo lief is.

Dat is geluk om te mogen ervaren. Dat er zoveel veiligheid is om deze vrijheden als keuze te ervaren.

De idealist in mij is ‘in vivo’. De verslagen nihilist laat zich soms via ironie of een digitale knipoog herkennen, met enige regelmaat is de nihilist hoorbaar in momenten vol waarachtig verdriet en heel af en toe schreeuwt hij omslachtig om aandacht middels een dag protest onder een dikke donse deken, of het te vaak checken van Facebook voor de als broodnodig ervaren ‘likes’.

De nihilist viert echter ook hoogtij, op frappant ontwaakte wijze:

ik voel nu namelijk dat ik om het even wat dan ook een mooi persoon ben.

Niets meer of minder, precies zo, telkens weer en het is inderdaad zó simpel. Zelfs als ik stilsta en ogenschijnlijk niets ontwikkel.

‘Ga het maar aan’, zei ik vroeger grappend tegen mezelf. Ja, gá, dit simpele gegeven van mooi-zijn-om-het-even maar aan. Inclusief des levens moeilijkheden. Alsof het per ommegaande een strijd betrof. Een heroïsche opgave.

Kon ik weten dat niets-doen veelal de ontgrendeling van dit uit het zicht vertroebeld gewaar-zijn zou zijn. Dat ‘het er laten zijn’ van de ontkende gevoelens, de gecompliceerde samenwerking tot soepele, soms stotterende, altijd voortgaande dans zou vereenvoudigen.

Dit simpele gegeven, het maar aan gaan van ’t al, vraagt nogal wat tolerantie, innerlijke ruimte voor tegenstrijdigheden en oog voor veranderlijkheid, voor zich herhalende want cyclisch ontvouwende patronen.

Het mooie is echter even rudimentair als elegant moeiteloos; simpel is natuurlijkerwijs. En natuurlijkerwijs is knetter-complex, van zichzelf.

In mijn ‘ga het maar aan’ lag een ontkend emotioneel conflict verborgen. Ik moest bewijzen dat ik ‘om het even mooi was’. Daar waar ik eerder in een eetstoornis het heilzaam-zijn zocht, later in verslavingen de door het lichaam niet ontkende voelen bevocht, en in relaties op de vlucht voor omarmende liefde sloeg….zou ik als ondernemer geconfronteerd worden met de eigenlijke waarheid:

Dat ‘om het even een mooi persoon zijn’ om radicale acceptatie vraagt. En dat ik hier niet zozeer Bewust voor moest zijn, als er wel simpelweg Zijn voor moest.

Waarden

Basaal streef ik vermindering van erkend lijden na (nou, nou! roept de innerlijke criticus), en loop ik warm voor intensivering van vreugde, creativiteit en liefde (niks tegenin te brengen, ga er maar voor! roept de interne fan).


Ik leef en ben dit streven, dat voel ik, zie ik.. én ik maak fouten. Ik leef en voel en voel het leven soms als onzorgvuldig pijnlijk.

Hopeloos falend zoals geen ander (laat ik hier dan toch de beste in willen zijn), is het de levenskunst zelve om moeiteloos te streven.

Ten tijde van hevige interne conflicten, fysieke zwakte, mentale vermoeidheid of ervaren verlatenheid, is dat streven soms zwaarmoedig, uit ’t zicht en handel ik uit gebrekkig inzicht of met een troebele geest.

Dan komt dit nobele streven hakkelig tot uitdrukking, vervormd en niet zelden onherkenbaar als de positieve intentie die zij toch is.

Dat het echter, in de basis en als ’t ontvouwen van Leven, okéé is wie ik ben en wat ik doe, stond mij niet altijd zo helder voor de geest als de afgelopen jaren.

Mijn werk als coach, spreker en docent heeft daar significant aan bijgedragen.

Alle liefdevolle mensen die ik heb leren kennen, hebben daaraan bijgedragen. Hun aanwezigheid vroeg om aandachtigheid en zorg, aandacht en zorg die ik gevoelsmatig op cruciale momenten gemist heb en die ik niet uit mijn hongerige geest weg wilde geven maar in kalmte, met helderheid en humor heb leren leven als steeds meer zuiver spiegelende spiegel voor de mensen met wie ik samenwerk. Door er simpelweg te Zíjn, soms in stilte en zonder Zelf met zwaartepunten of in gerichte, aandachtige aanwezigheid, een sterk en solide Zelf, met gevoelens te dragen in plaats van overdragen.

Schuldig

Als ik schrijf dat ik mij ontwikkeld heb tot een liefdevol persoon, herinner ik mij tegelijk dat ik gevoelsmatig altijd ergens schuldig aan meende te zijn. Voorheen leek ik zo’n beetje schuldig aan leven. Oneindig schuldig.

Schuldig aan “te veel”, “te intens”, “te ingewikkeld”, “te zelfstandig”, “te spontaan”, “te lui”, “te eigenzinnig”, “te betweterig”, “te dik”, “te gecontroleerd”, “te egoïstisch”. Te, te, te.

Leven is voelen en geen moment ging voorbij of daar kon wel een beetje voelen vanaf, vond ik uit onverdraagzame zielenpijn.

“Noem mij maar Lot want té ben ik toch al”, concludeerde ik in mijn puberteit. In humor onderzoekend naar alternatieve wijzen en woorden om mijn plek in het netwerk dat we maatschappij noemen te erkennen.  

'Niet anders omschreven', concludeerde een psycholoog. Ik lachte hardop, bij herhaling, onderwijl ik de fysieke steek wegbeet.

Miskende schaamte ontwikkelde cognitief tot schuldgevoelens, waarin ik meende de verantwoordelijkheid te herkennen mij dusdanig aan te kunnen passen aan de ander of een vermeend beeld van perfectie, dat ik het ongemak van ongezien-zijn en mezelf geen raad weten met des levens moeilijkheden kon ‘surpassen’.


Ik voelde mij chronisch op visite in andermans leven, ik voelde mij een last zoals ik was. Snakkend naar ongefilterde spiegeling, naar talige directheid en geen taaie ontkenning van gevoelservaringen, doolde ik rond in onbegrip. Een zich herhalende ervaring, die samenhangt met een persoonlijke ontwikkelingsgeschiedenis en een daar ook mee samenhangende, persoonlijkheidskenmerkende sensitiviteit.

De vormingskracht van de geschiedenis, mijn sensitief in leven zijn en de invloed van mijn omgeving halen echter niet weg dat ik niet schuldig kán zijn aan wie ik ben en hoe ik zo geworden ben.

“Je bent niet zelf de oorzaak van je persoonlijke geschiedenis”, hoorde ik mijn vader eens zeggen.

Je bent wel als Zelf een weerspiegeling van dynamisch, complex en intens Leven, voeg ik eigenwijzerig en imiterend toe.


Op deze momenten ben ik mijn vader dankbaar voor zijn (voor mij) trefzekere reacties, vroeger zou ik mij op deze momenten echter schuldig voelen “omdat ik blijkbaar extra aandacht nodig had” en desondanks onze gesprekken dwalende bleef.

Bovendien zocht ik in zijn woorden de verlossende bevestiging dat ik er mocht zijn zoals ik er was, door ongefilterd te toetsen of hij er mocht zijn zoals hij er was. Spiegeling.

Een mate en intensiteit van bevestiging die het leven zélf is en niet zozeer in de woorden van de ander verborgen ligt, al zijn woordelijke, fysieke aanrakingen van de ander wel intens belangrijk voor het als individu voelbaar in leven zijn. Voor het erkennen dat je spiegeling behoeft. Dat je verbonden bent.

Ik behoefte verheldering van een innerlijke verwarring: de uit ontreddering ontstane overtuiging dat er iets mis met mij is, dat er leven in mij leefde, dat ontzien moest en zou worden. 

Altijd al

Ook vóór dat ik zo bewust ervoer bij te dragen aan een groter geheel, zoals nu via mijn werk, en mij zo verbonden voel met dit grotere geheel, dat ik zo intens verinnerlijkte tot bittere zelfafwijzing aan toe, was ik een liefdevol persoon.

Wijsheid schuilt in ervaring, en de ervaring leert mij nu dat ik altijd al een liefdevol persoon was en dat ik niet schuldig ben aan mooi, moeilijk en hartstikke makkelijk zijn.

Ik kan nooit zelf schuldig zijn geweest aan okee-zijn, aan mooi-zijn, tenslotte is dit mooi-zijn geen bezit. Noch van mij, noch van een ander. Het is van ons, in onze verbinding, waarin Leven schuilt, uit voortkomt en waar onmetelijk veel leven aan ontglipt.


Ook vóór de ontwikkeling tot het lichtepunt waar ik nu sta was ik goed, mooi, lief, fijn en okee zoals ik was. De prestaties die ik in dit leven tot nu toe heb geleverd, zijn geen compensatie voor een chronisch te kort schieten, geen apocalyptische poging tot een ik-mogen-zijn.

Slechts en alomvattend verschijnselen van Leven.

Okee-zijn was ik bij geboorte en ver daaraan voorafgaand in vormen die ik niet en nooit als ‘mij’ herken, begrijp en voel ik na gevoelsmatig intensieve ontwikkeling. Dat is de ironie en de eerder verbeten, nu welkome paradox.

‘Ik’ is zoveel meer gaan omvatten, omwikkeld met ervaringen, en deze persoonlijke ont-wikkeling bracht me (terug) bij de ervaring kernachtig okéé te zijn zoals ik ben. 

Spiegeling

Doorslaggevend was de ervaring om-het-even gespiegeld te worden, zodat de miskende gevoelservaringen de vitaliteit van wat in ’t moment plaatsvindt niet meer obscuurde of vervormde.

Precies dát wat ik in mijn werk als kernwaarde, doel en zijnskwaliteit in één zie. Dat de wereld het leven weerspiegelt, dat jij deze samenhang bent, en dat we het met elkaar van doen hebben, in een oneindige, uitdijende verbinding.

Begaafdheid

Mijn groei in mijn werk is samengegaan met een toename van contact met personen die een beduidend unieke, eigen emotionele, motivationele en cognitieve intensiteit kennen. Ik werk samen met complex denkende, veelzijdige voelende, diepe, diepe wil-hebbende personen. Okee-mensen. Bijzonder gewoon, gewoon bijzonder.

Juist in de samenwerking kan de spiegeling van deze complexiteit zo zuiver worden, dat conflicten vereenvoudigen tot leerprocessen.

Tussen de begaafde personen die ik ontmoet bestaan eindeloos veel verschillen. Van een afstand bekeken kan ik overeenkomsten tussen deze verschillen waarnemen, en ontstaan er subgroepen binnen ‘mijn’ doelgroep.

Zo is er een subgroep, die ik ‘slecht(s)’ kan duiden met termen als “intensiteit en complexiteit”. Die ik niet definiëren wil, omdat definities als referentie voor zekerheid voor hen zo markant benauwend zijn.

Die ik slechts omschrijven kan, omdat woorden altijd een kern van Zijn om-schrijven en ik geen labels wil plakken die een ervaring pogen te be-schrijven. 

Personen die zoveel vragen stellen bij de term “begaafdheid” dat de term een uitgemolken sociale betekenis krijgt en per direct toe is aan persoonlijke herformulering en individuele, idiosyncratische, toegepaste innovatie.
Deze groep is vaak, gevoelsmatig altijd intens op zoek naar het waarom, hoe, wanneer, wat, met wie, waartoe, want, welke, waar. Bij vanálles wat zij doen, hebben ze eindeloos veel vragen te stellen. Bij elke onderneming ontwortelt een toestroom van twijfels. Een extreem diepe doorwerking kenmerkt hun gedachtewereld, een relatief kleine prikkel leidt tot een explosie aan gedachten en verbeelding, een wereld daadwerkelijk vol van gevaren en bedreigend rijk aan mogelijkheid.

Deze groep wil geenéén groep genoemd worden. Zij zien zowel de veelzijdigheid-in-een van een individu als de individuen en de individualiteit van een collectiviteit. Het gaat hen na aan het hart om beide erkennen, niet voorbij te gaan aan de diversiteit  én verbinding volhartig te waarderen. 

Zij delen met mij een geïmplodeerde wilskracht, een verlamming van motivaties die tot op spierniveau voelbaar is. Wat zeg ik: tot cel aan toe! Ze bevragen van alles wat zij bewust tegenkomen de essentie, het bestaan in velerlei variaties en de ontwikkeling.

In leven willen zij niet gemotiveerd, maar geïnspireerd zijn.

Deze personen laten zien dat emoties een creatief proces zijn, dat emoties schakelen als schaakmeesters, en raken hierdoor niet zelden over hun toeren van prikkels die anderen negeren, niet opmerken, niet waarderen of respecteren. Het zijn personen die overal betekenis in kunnen zien, en niet zelden vastlopen in de vraag wáár ze dat in wíllen zien. Deze personen denken tot waar ze voelen en voelen tot waar ze denken en tegen het leven, dat ze zo intens willen en zijn, zeggen ze keihard, knetter hoorbaar JA en met evenveel intensiteit en doortastendheid MAAR.

Déze intensiteit en complexiteit is moeilijk voor te stellen, tenzij je in superlatieven of vaag omschreven abstracties spreekt. “Intensiteit en complexiteit” zijn abstracties, eerder nog fysisch, organisch, ecologisch van herkenbare betekenis: ze spreken veel mensen, denk ik, niet aan op “sociaal-psychologisch” niveau, het zijn geen herkenbare labels, als in ‘sociale rollen’ verwoord in behandeltermen of symptomenlijsten. “Intensiteit en complexiteit” zijn geen tot interventie leidende termen, omdat ze interventies omvatten als ontwikkelpotentieel.
Concepten die zowel het Zijn als het Worden borgen. Concepten die zowel de fysiek-emotionele dimensie als de cognitief-intellectuele kenmerken betrekken, waarin ook de sociale kwalificaties, de relatieve en in samenhang met de omgeving bestaande kwaliteiten, geborgd zijn. Intense en complexe benaderingen van “je bent te gevoelig” of “maak het jezelf nu toch niet zo moeilijk” tot aan “wat een gedoe”.

Iemand die heel veel verbanden legt, divergerend denkt, extreem logisch nadenkt, letters in kleuren ziet en muziek in gevoelstermen denkt, personen die voedsel beminnen, rechtvaardigheid als hoogste goed zien, die ontwapenend intens genieten van een blik van een onbekende, personen die dichtklappen van een uitgebleven reactie, iemand die floreert in onzekerheid, personen die altijd en overal een afhankelijkheid in zien…

Deze personen hebben baat bij een diepe, diepe, radicale acceptatie van wat ze zijn, in beweging. Mooi, sociaal, intelligent, creatief, lief. Mooie personen. Leven. Okee!

De wereld heeft baat bij mooie mensen. Mooie mensen die simpelweg mooi zijn omdat ze durven te Zijn met alles wat er in hen ook wordende is.

Dit zijn namelijk personen die dermate veel vragen stellen dat het bestaan zelf betwijfeld wordt. Alles wat voor anderen klaarblijkelijk logisch, aanneembaar, niet “im frage” is…dát is voor hen een allergrootste bron van onzekerheid. Deze personen, die zo immens productief, overtuigd en enthousiast kunnen zijn dat er een nieuwe rekenmaat voor menskracht voor bedacht zou moeten worden…zíj lopen risico het bestaan, hun bestaan, hun waarde, hun Zijn, zo intens diep te betwijfelen dat ze existentieel vastlopen. De extreme ervaringen van anders-zijn, het altijd ook weer ánders kunnen zien en begrijpen van wat voor anderen zo evident een-duidig is, de sociaal gemiste aansluiting en de altijd doemende onzekerheid…deze vragen om radicale accepatie van een “positieve zijnsovertuiging” (zoals een coach dit eens zo radicaal overtuigend verwoordde).

Deze groep is dermate sterk in het waarnemen van alle mogelijke mitsen en maren dat deze groep dés te meer baat heeft bij het waarnemen, invoelen, omarmen en positief voeden van wat radicaal waar is. Van wat zich aandient, inclusief hun Zelf als zwaartepunt van ellende én van ongekende creativiteit.

Dat ze er mogen zijn zoals ze zijn en dat is MOOI (of goed, okee, juist, zoals het is) en dat ze daarin kunnen floreren en dit, deze basale waarheid voor wáár kunnen gaan zien en zichzelf als zodanig uiten, in de complexe en extreem intense overtuiging dat ze mooi geboren zijn en altijd mooi zullen blijven en dat er niks anders op zit dan radicaal te accepteren dat zij ten diepste, tot in de meest complexe uithoeken van hun innerlijk bestaan, óók mooi, ook okee zijn.

Voor hen doemt cynisme, nihilisme, voor hen is het risico van dichtklappen en imploderen, van uit de school klappen en zich tot zelfhaat aan toe schamen, levensgroot.

Zij hebben het nodig om zichzelf tot in de kern lief te hebben, zoals zij alles tot de kern willen bevragen, weten, ontwortelen, herkennen en erkennen. Ze hebben het nodig, en zijn daarin hun eigen, meest vertrouwensvolle leraar, vriend en spiegel.

Geen uitzondering: heb in helderheid lief wat je liever ontziet, juist omdat het deze openheid is die hernieuwde, actieve waardering van wat als vanzelfsprekend mooi is, faciliteert. 

En als dat even niet gaat, deze helderheid, en je dat met terugwerkend, visionair inzicht herkent: dan is dat ook okee.

Nog meer dan het drama van het begaafde kind, is dit het ont-wikkelpotentieel van de intense mens. 

Een intens mens, tot in de kern door zichzelf vol en volledig lief gehad, reikt tot in de kernen buiten zichzelf om, met wetenschap en uit zachtmoed.

Noem dit een geloofsovertuiging die je de ruimte biedt om overal aan te twijfelen, mét behoud van basale zelfzorgzaamheid: de overtuiging dat je mooi bent zoals je bent, ook als je Zijn in zoveel kleuren, geuren, gedachten, gevoelens, momenten, sensaties, twijfels, missers, mislukkingen en verliezen komt én gaat. Variatie die het leven zo complex en intens als het is, rijk is.

 

Noem mij maar bij mijn voornaam, want dat had zo moeten zijn.