Onbewustzijnsbesef

Gepubliceerd op
21 november 2018

Onlangs vroeg ik als workshopleider "Wie heeft er geen emotionele problemen?" Niemand (van de in totaal 75 personen) stak een hand op.

Gradueel drong als steeds minder jong meisje tot mij door dat wij mensen allemaal een emotioneel leven kennen. Een leven rijk aan verstoringen en schijnbaar onwaarschijnlijke verbanden. De verstoringen vond ik schrikwekkend, de onwaarschijnlijke verbanden wekten nieuwsgierigheid.

Dit onbewustzijnsbesef dróng tot mij door: ik kon er niet meer omheen beïnvloed te worden door een instinctief, intens, driftig, verlangensvol en soms grillig beleven. Ik kon er niet meer omheen spontaan-te-zijn.

De nieuwsgierigheid en de schrik (over dit onbewustzijnsbesef) proberen elkaar al langere tijd af te troeven. Ze proberen elkaar slimmer af te zijn. Maar ze kunnen in essentie niets anders dan in de ander hun gelijke te zien: zelf-reflectie. Al schrijvend poog ik hen daarom uit te nodigen tot een sierlijke dans. Met enig geluk wisselen excitatie en inhibitie (nieuwsgierigheid en schrik) zich optimaal af en kijk ik terug op een tekst die eer doet aan het gradueel ontluikende onbewustzijnsbesef. Zo'n tekst is dan "kwetsbaar" en spiegelt vanuit mijn binnenste jouw binnenste. Om zó te kunnen schrijven, dien ik mee te durven deinen op emotionele roering en ongefilterde verbeelding gewaar te worden.

Frequent tuimelt het onbewuste leven mijn bewustzijn binnen en krijg ik in de vorm van beelden en belichaamde gevoelens een glimp van het onbewuste mee.

Soms lijkt een begerenswaardige ander de toedoener van deze emotionele dynamiek. Soms is het een brute wereld die binnendendert en diens plek in mijn beleving eist. Anderszins is het een zinvolle volzin die het denken stopt en het voelen ontstoft.
De spontaniteit, onvoorspelbaarheid en beweeglijkheid van zo'n onbewustzijnsoverval bewijst dat 'er meer is' dan de geconstrueerde orde van de dag getuigt. De droomwereld laat bij daglicht van zich horen. Waar goddelijke inspiratie cerebraal zetelt, daar ontspringen vergezichten, dieptezichten. Soms herkennen we dit als fabelachtige inspiratie, op een ander moment duiden we het als vlijmscherp geweten.

We projecteren deze innerlijke bewegingen zeer vaak op de buitenwereld. De emotionele 'problemen', die we allemaal kennen, worden zodoende ons perspectief op en begrip van de wereld. De ander is een drager van de innerlijke, belastend onvoorspelbare bewogenheid. We duiden de problemen om ons heen, erkennen hen niet ín ons als beelden en gevoelens.
En als ons pijnlichaam de scepter zwaait, negeren we andermans kwetsbaarheid in een poging tot hernieuwde controle.
We identificeren ons met hetgeen de vernauwde orde en norm bevestigt, met de inhouden van ons bewuste zijn.
En als we onszelf als probleem zien, dan identificeren we ons ook met die fragmenten van het bewustzijn die net door de beugel kunnen. Dat is een neurotische split (en de start van een allereerst woeste dans).

De psychologie van leven ('beleven') is zo vaak een ontkende dimensie van bestaan. Waarheden zien we in systemen, in wetenschap, in religie. Toch is het in de psychologie waarin we waarheidsbevinding-als-voortgaande-beweging herkennen. Het is in de psychologie dat overeenkomsten tussen de schijnbaar gescheiden werelden van wetenschap, staat en religie erkend worden. Dan zien we dat menselijke neigingen en waarheden binnen verschillende contexten worden gevitaliseerd door de context mens.
Met de context mens als grondbeginsel, huist kwaad in eenieder van ons. Zoals er het goede is om manifest te worden, mochten omstandigheid en bewustwording hiertoe uitnodigen.

De psychologie van de mens is wat mij betreft een uiterst belangrijk gegeven van leven om in ogenschouw te nemen. Wat we op de wereld projecteren, is ons binnenste. En wat de geprojecteerde werelden ons niet toestaan te zijn, wreekt zich binnenin.