Tijd voor ruimte

Gepubliceerd op
9 augustus 2017

“Tijd voor een nieuw blog”, hoor ik mezelf bij herhaling toespreken.

Een repetitieve weerstand blokkeert. Van wie of wat ‘moet’ ik dit eigenlijk? Nog even knarsetanden en zelfbewustzijn is de hogere macht die zichzelf expressie ontneemt door te focussen op een aangenomen “Ik”.

Pas als “tijd voor” gevoelsmatig transformeert naar “ruimte voor” stromen de woorden als vanzelfschrijvend, gebaande paden verworden tot een verhaal dat buiten mij om opleeft in andermans interpretaties: met moeite, niet in weerwil van emotie.

Dit moge romantisch klinken, de kans op duurzaamheid ligt echter besloten in ’t moment dat zich eerder aandient dan ik op ‘t moment nauwkeurig voorspellen kan. Oftewel, als de actie op zich laat wachten en je ongeduld voordringt, komt het aan op vertrouwen dat seizoenen elkaar immer opvolgen en rupsen een voorfase van vlinders zijn. Romantisch is bij nader en nauwkeuriger kijken organisch. 

Zodra het vertrouwen manifest wordt, vind ik mezelf halverwege de tekst. Talent is latent aanwezig, we noemen het dan vermogen tot en als "het" eenmaal manifesteert, heb je dit pas achteraf, wel meermaals in de gaten. Niet elke rups wordt een vlinder.

Soms ligt dit ‘vermogen tot’ onhebbelijk zwaar op de maag: geimplodeerd potentieel, waarbij een vermogen tot een streng geweten is verbogen. Psychologiserend zeer nauw verwant aan schuldgevoelens. 

"Wat zou kunnen" wordt "wat toch allang had gekund". De "ruimte voor" is platgeslagen tot "geen tijd meer voor".

Uit schuldgevoel schrijven levert niet veel schoons, het hapert van de twijfel en het zeurt via overtollige toevoegingen om waardering van de lezer.

Authenticiteit moge in de kunst tijdloze maar oh zo particuliere schoonheid heten. Psychologiserend lees ik het als vertrouwen. Voelbaar aan de flow, van waaruit je ook meebeweegt met weerstand en je alles behalve aandacht hebt voor ‘dat je aandacht hebt voor’. Niet per se pijnloos, je zoekt op een uiteindelijk evenwichtige wijze de pijn juist op.

Doelmatigheid veinzen kan een manier zijn om het langdradige vertrouwen uit te zingen.

Aldus, waartoe schrijf ik?

Ik geef de vingerwijzingen van eerder op en leg me alsnog neer bij het ongeduld wat zich enthousiast aandient, echter kort na mijn overgave afziet van verdere gewichtigheid.

Het geweten van net begint op verlatenheid te lijken, maar via opmerkzaamheid van mijn fysieke omgeving weet ik donkere gebieden te ontwijken en word ik niet loom of passief.

Onrust berispt de stilte, lucht trilt, woorden volgen, een essentie is uitgefilterd. De boodschap is op onderbewust niveau diep doordacht.

Ik start een gesprek met mijn partner via krakkemikkige zinnen, toelichtend dat 'als ik niet even de tijd neem voor gevoelens als rouw of verdriet, en mij maar onderworpen overgeef aan acceptatie, ik niet een boek zal schrijven.'

“Er is roering voor nodig.”

Rap nadat hij bevestigend antwoordt, vindt vertrouwen een niet te lokaliseren plek in mijn gevoelde bewustzijn, herkenbaar aan helderheid en gelijkmatige energie door mijn gehele lijf. Ik durf ’t aan, juist nu een voor mij stellige waarheid een gespiegelde manifestatie in een terloops gesprek vond en juist nét nadat ik het opgaf. Vertrouwen is een glibberige en afhankelijke kwestie.

Op een latent niveau baal ik van de bewezen afhankelijkheid, maar de zingeving krijgt voorrang. Eens, weet ik, zal ik een tijdje, volledig, zonder bevestiging de dag schrijvend door moeten komen.

Roering, lach ik binnenin: openheid dus. Er moet iets naar buiten, kennelijk, wil er iets van binnen gebeuren waarmee ik mezelf te buiten kan gaan. Schrijvend.

meta

De motivatie om wederom een blog aan te vangen, voelt nauw verwant aan weerstand doorbreken en blijkbaar is ook daar vertrouwen voor nodig - zoals een ander “moedig” noemen met de constatering samengaat dat ‘er niets anders op zat dan zus of zo om te gaan met de benarde situatie’.

Weerstand met de meer specifieke benaming schaamte is wat mij weert en bezighoudt.

Toch speelt daar een eigenaardigheid; ik voel de intentie om via ‘exposure’ schaamte te niet te doen, te vernietigen, maar als dit resulteert in exhibitionisme, dan is de bijgaande trots en ijdelheid slechts een transactionele verandering, niet transformatief. Oftewel, ik zit te klooien op hetzelfde niveau. Maar schrijven, wil ik, is geen blèren. 

Schaamte die exposure trotseert via trots, dat ontwaakt of ontwart niets. Je houd jezelf makkelijk voor de geniale gek.

Op trots varen, is op tijdelijke basis mezelf verzekeren van erkenning en herkenning. Tijdelijk, want eenmaal een succesformule gevonden, worden deviaties daarvan opnieuw schaamtevol.

Duurzaamheid is een hip woord. Als duurzaamheid een aanhoudende trend dient te worden, dan lijkt mij de emotionele basis onontbeerlijk van belang.

Trots is geenszins de conditie die zich leent voor duurzame ondernemingen. Krenking zou dat ironisch genoeg wel kunnen zijn, maar daar betrap ik mezelf gauw op waardoor ik de verhaallijn kwijtraak. Uit ongeziene kwetsbaarheid werken, kan zeer lucratief zijn, maar wat voor winst beoog ik?

Onverwachts vertrouwen kan zich voordoen als trots.Trots is een rechtvaardiging, alsof je de ontwikkelingen die ook buiten je invloedssfeer vallen alsnog opeist als gevolg van jouw wendingen. Trots is de gevoelsomkering van het verlangen tot een vrije wil.

Trots is het afdwingen van herkenning alvorens de Ander de kans krijgt deze oprecht te bieden. Een slimme zet langs de schaamte heen. Voor trots doe ik het niet, beslis ik ont-wikkelgedreven.

“Want zo blijf ik bezig.” Blijkbaar is bezig-zijn niet het einddoel.

De intentie schaamte te ondergaan en zodoende beoefend te doorbreken suggereert een ander doeleinde.

Niet gefantaseerd, maar ervaringskundig. Zelfverloochening is het alternatief. Dit gaat dus dieper, is meer als in volledig belichaamd en existentieel, anders dan slechts aan sociale status verwant.

Als ik de schaamte niet doorbreek, voel ik de potentie van verdriet.

Waarschijnlijk gaat dit verlangen tot schaamtevolle zelfexpressie samen met het doorbreken van het taboe “Zelf”, opdat de intensiteit die ik daaraan toedicht met voldoening en vrede opleeft. In roering blijft, dat wél aankan.

Bij herziening en herformulering is ‘vrijheid’ de intentie achter dit schrijven. Vrijheid is een waarde die zich vaak na herzien en heroverwegingen aandient als het meest gewenst. 

Vrijheid om het gehele emotionele repertoire aan te boren voor expressie, geen emotie-piraterij waarbij de ene of de andere gemoedstoestand zich absoluut niet leent voor creativiteit en alles in mij zich zo genoodzaakt voelt deze gevoelens te vermijden. Dan wordt het schrijfproces gekaapt en ben ik slaaf van die ten alle tijden te vermijden gevoelsrealiteit. Daar schrijf ik niet voor!

Paradoxaal, ik begin vaak te schrijven als er interne roering gaande is, maar blijk ik daar dan daadwerkelijk over uit te willen weiden, is de weerstand voor aanvang van de eerste zin reeds gekristalliseerd in een zingevende samenhang. Leg dat de toekomstige lezer maar uit.

"Zie de witregels." 

Alsmede: vrijheid kan de intentie 'achter het schrijven' zijn, het schrijven zelf maakt de ervaring van vrijheid mogelijk, juist door de vrijheid in gedrang te brengen. 

Een uitgelijnd emotioneel repertoire behoef ik. Voldoening en geen rest-realiteit die ik later te verstouwen krijg. Dit klinkt als een negatieve vrijheid, alsof ik mij van iets opdringerigs moet ontdoen, maar ervaring leert dat het bewust opzoeken van innerlijke conflicten op schrift opheldert waarvoor ik vrijheid verlang.

Oftewel, de roering ontroert al schrijvende en de therapeutische interventie wordt onzichtbaar voltrokken; een ander toekomstbeeld krijgt een kans waargenomen en gewaardeerd te worden.

Het komt op waardering van deze ogenschijnlijk onnodig conflictueuze ontwikkeling én op discipline aan. Discipline voor soevereine vrijheid.

Vrij in verbondenheid, aldus voltrekt de in stilte beoogde integratie.

Zoiets bedenk je als puber met droombeelden over je toekomst niet. Ik niet, althans. 

Alles kon, dacht ik ietwat infantiel en typerend puberaal overmoedig. Ik leefde een structuur zonder structuur, noch rups, noch vlinder. Slechts "in wording", geen Zijn te herleiden.

Zoiets als deze tekst, als dit blog.

Maar het kan anders, weet ik. De schaamte doorbreken door 'm aan te gaan.

Zoiets bedenk je ook niet als puber. Ik niet, althans. Het was tenminste geen duurzame gedachte.

Mijn partner is ondertussen verzonken in een andere bezigheid en het terloopse gesprek ontrafelt, dankzij de afwezige, bevestigende blikwisseling, tot een ingeving. Ik weet waar ik over schrijven wil! Een beeld, sensationeel herinnert, en een boodschap-in-wording stuwen tot een nieuwe aanhef.

Kort voor de bewustwording dat ik een onderwerp, beeld en stijl van interesse in gevisualiseerde handen heb, leef ik op van de ervaren, persoonlijke betekenisgeving. Vaak, niet altijd, bestaat de voldoening uit het treffen van een perspectief of gedachtegang die ik niet eerder heb herkend, en via begrip existentiele angsten over onwetendheid ontkracht.

Hierover in het volgende blog meer.  Moge de potentiële inhoud een begeleidende vorm vinden en moge de tussentijd tot ruimte verworden!