Weelderig Ritme

Gepubliceerd op
14 juni 2019

Met kopzorgen wandel ik het bos in. Een druk bovenlijf sjouw ik de steile hoogte op. De zwaartekracht van mijn denkbewustzijn trekt. 'De wereld op z'n kop', zeg ik grappend tegen mijn lief. 
Er zijn onbeantwoorde mailtjes. Met ingewikkelde conceptuele vragen. Ze liggen al een tijdje te garen in de digitale postbus. En dan nú het bos in? Dieper in dit geprikkeld zenuwstelsel draag ik de zorgen over het contact met een cliënt. Hoe voelt mijn aanwezigheid voor de cliënt? Doe ik er wijs aan de persoon zó te benaderen? Ik weet het niet zeker en weet ook zeker dat er geen eenduidig antwoord is. 
Een andere vraag die in de onderstroom leeft, is stilgezwegen hoop. Zouden we deze maand zwanger zijn? We zijn een jaar onderweg, het mocht nog niet zover zijn. Leven met de onzekerheid, de verlangens, de teleurstelling, de weifelingen én de hernieuwde intimiteit: een emotioneel heuvelachtig landschap.

Maar. Vandaag lopen we samen door een monumentaal bos. De schaal van het bos stemt ons gelijkmoedig, want qua mensgrootte relativerend ‘in het midden’. Omringd door torenhoge, eeuwenoude bomen en pasgeboren, peuterige struiken, voelen we uitverkoren dichtbij elkaar. Alsof het bos alle gevoelens de juiste proporties toewijst.

De omvangrijke omarming door glorieus veel tinten groen ontknelt me. De lyrische bescheidenheid neem ik lacherig in me op. Daar schrijf ik vast en zeker een blogpost over, denk ik nog. De schitterende beelden absorbeer ik, bewust vertoevend in de aangewakkerde gevoelens. Dat schrijft straks soepeler, zo worden ervaringen als herinneringen gekoesterd. Omdat ik de wandeling gefocust beleef, bemoeit de innerlijke criticus - lees: de eventuele meningen van anderen over de toekomstige post - zich er bescheiden mee. Wat doorgaans voor een “ik” doorgaat, verliest gewicht en wint lichtheid. Levensvragen kennen ongedwongen antwoorden in deze omgeving, met deze intense kalmte. 

Het groene veld is een vangnet, echokamer en doortocht voor de drukke gedachtegangen. De talloze wegen van boomwortels en struikgewas, geschapen door ongekunstelde ordening in natuurlijke chaos, weerspiegelen de kronkels in mijn denken en voelen. Het bos gaat alle kanten op en heeft daar, vermenselijkt begrepen, volledig vrede mee. Ik kan niet anders dan de frisse lucht opgewekt in mij opnemen. Uitademen als ultieme vorm van ontzorgen. 

Als mijn aandacht gevangen wordt door schitterend lichtinval, volgt een gemoedelijke glimlach. Tot drie keer toe 'kijk eens wat mooi', tot drie keer toe 'ja, prachtig'. 
Mailtjes mogen morgen. Het contact met de cliënt mag rusten in de met elkaar gedeelde onzekerheid, de met elkaar gedeelde, eigen verantwoordelijkheid. Zwangerschap dient zich aan, als het zich aandient. Als partners hebben we elkaar leerzaam lief en dát is de premisse.

De dag wordt bezongen door eksters, de zang accordeert ons lichtzinnig. Zo cliché dat het is, zo waar is het ook. Hier, in dit bos, voelt de loop van het leven wonderlijk. Dat het er gewoon is. Buiten het social media gekwetter (hallo lezer ;-)), de panikerende nieuwsberichten en de pijnigende situaties in de wereld. Daarbuiten is er ook het bos. Het bos waarmee alle onrust binnenin geïntegreerd wordt. Een plek mag hebben in je gevoelde bestaan, een gastvrije plek waar je spanningen, angst en onrust ontladen. Het bos dat eigenlijk ín dezelfde drukke en beangstigende wereld leeft. Deze wereld ís. 

Daarbuiten, hierbinnen het bos, valt het onderscheid tussen binnen en buiten weg. Hierbinnen ontleedt het vervalsende onderscheid mens versus natuur. Daarbuiten in het bos voel ik goedschiks veel vertrouwen in mezelf en medemensen. Hierbinnen het bos kan ik de buitenwereld toelaten.

Verblijf ik langdurig in de virtuele, digitale wereld, dan ben ik op den duur verminderd opmerkzaam. Ononderbroken toestromen van emotioneel conflictueuze informatie weerhoudt helder waarnemen. 
Bosbehoefte is heilzaam, na een wandeling beweeg ik vanzelfsprekend weer richting de sociale wereld. Voor de sociale wereld is een zekere openheid en aandacht nodig. Als grondtoon in menselijke contacten. Een toegerust vertrouwen in mijn waarnemingsvermogen, een geconcentreerde ontvankelijkheid. Het oke-zijn met de overprikkelbaarheid die we Leven noemen. 

Terwijl we heuvelopwaarts wandelen, wordt mijn onderlijf moe. De g-krachten overstemmen ondertussen ook de kopzorgen. Hijgend en voldaan voel ik spieren verkrampen, een sensationeel gevoel dat ik van jongs af aan intrigerend prettig vind. Eenmaal op gelijke grond voel ik mijn onderlijf verzuren. Ook de kriebelende zweetdruppels getuigen van de inspanning. Ik kijk naar de onpeilbare diepte onder ons. Wat een ruimte.

Grenzen vervagen, ik ben allereerst één in lichaam-en-geest, als geheel organisme. Vervolgens – de fysieke inspanning nu accepterend - vervloei ik met de omgeving. Ik word het bos en dij uit tot het heelal. In dit eenheidsbewustzijn vloeien stramme gedachten voort, klopt mijn hart met het deinen van de bladeren, voelen mijn voeten gelijk aan hun ondergrond.

Het bos herinnert dat ik een toevlucht voor mezelf kan zijn. Dat er een helende kracht in de psyche leeft, zodra deze zich openstelt voor het weelderige ritme van de natuur. De natuurlijke leefomgeving, en de mensnatuur, waar ik tijdens de wandeling mentaal een stilleven van fotograaf. 

Hoe hard ik ook mijn best doe – tot hoofdpijn, schril contact of andere zorgen aan toe – ik kan niet tegen de seizoenen in leven. In de drukbezochte, sociale netwerken is er de continu belofte op vooruitgang, controle en resultaat. Hier in het bos is er het besef van Leven-om-het-even. Een verbinding die méér dan sociaal is. Een verbinding die niet spreekt over goed óf kwaad, kwetsbaarheden noch ontkent noch overschreeuwt. 

In mijn ooghoek zie ik een dode haas liggen. Impulsief wil ik wegtrekken, de andere kant oplopen. Deze neiging merk ik op, onderwijl besluitend naar de haas toe te bewegen. De haas is nog niet zo lang geleden gestorven. Ernstig dun, wellicht door ziekte. Met ingetogen, bijna geïntimideerde blik kijk ik naar de uitgestrekte haas. De spieren rondom mijn ogen spannen zich aan. Houd ik er macabere fascinaties op na? De gedachte herken ik als expressie van het ongemak bij het aanzien van de dood. Ik berust in het besef dat eindigheid inherent is aan elk begin. Een serene blik, rustend op de haas, is de meditatie op diens leven. 

Dankzij de fysieke inspanning, de benodigde ademruimte, word ik aan het einde van de wandeling door jeugdige, uitgelaten rust overmeesterd. Zo’n tocht mondt dikwijls in dankbaarheid uit, en dat deed het nu ook. We kwamen thuis aan en logischerwijs was daar de behoefte de ervaring in een blogpost te delen. Om te kwetteren. Als de ekster 😉. De sociale wereld lonkt. Nu zie ik geen onbeantwoorde mailtjes, maar mogelijkheden tot zinnig, aandachtig contact. Wat een goed bosbad!