Wie luistert, voelt zich gehoord

Gepubliceerd op
8 juni 2019

We maken een onderscheid tussen luisteren en spreken. Waardevol: door het verschil te erkennen, wordt ons waarnemingsvermogen van wat luisteren in beginsel is op scherpgesteld. 

We stellen ons bewust in: Jij doet jouw verhaal en ik onderhoud 'binnenin' de ruimte, vrijheid en betrokkenheid om dit verhaal te ontvangen. Dat is nogal een eed, want we zijn in gedachten op -tig plaatsen tegelijkertijd, onze aandacht wijds richten vraagt ervaringsrijke beoefening. We hebben gevoelens die met ons op de loop gaan, we hebben zorgen die van vooraanstaand belang lijken. Dat wetende, richten we ons ertoe te luisteren. Zinkend in het gevoelsleven, zónder moed te verliezen. Een ademteug extra, een balsemende grap, zeker ook mild zwijgen. Met je gelaatsuitdrukking de ander sprekend spiegelend. Daarmee telkens de contouren tekenend van een gedeeld bewustzijn, een micro-universum met ruimte voor alles wat zich in dit gesprek bekendmaakt.

Misschien doet de spreker zijn verhaal uitgebreid uit de doeken. Wordt er gezocht naar woordbeelden, gevoelsduidingen en gezichtsuitdrukkingen, die allen recht doen aan het veelgelaagde begin, midden en eind van het ter plekke ontvouwende verhaal. Een woordinspanning, moedwillig zelfzoekend. De spreker improviseert en wat jij als ruimtescheppende luisteraar doet, is ongekunsteld meebewegen, telkens weer naar het middelpunt van je aandacht toe. Precies de openstaande, draagkrachtige ruimte tussen jullie in, om jullie heen.

Je luistert vol overgave. Wat heet: met jouw preoccupaties opgelost in het centrum van aandacht dat je de ander schenkt. Dat je bent. Lós van dubbel doel, vol van je daglichte intentie.

Nadien zegt de fijngevoelige spreker wellicht: "Hey, maar nu heb ik niet naar jou geluisterd. Sorry."

En dan voel je, want dat weet je:

Als jij spreekt uit de diepgrond van je beleving en je gevoelens veelvormig doch doortastend voorlegt, dan luister ik tot in de vezels van mijn gevoelsschakeringen. Dan is met jouw verhaal onmiskenbaar ook mijn aanwezigheid ruimschoots verstaan. Dan luister ik, sprekend met alles wat er in mij mag leven. Dan is er geen begin of eind dat tussen ons in staat, en daarmee is er ontvankelijk veel ruimte voor de ontwikkeling van jouw verhaal.

Dán valt het onderscheid tussen luisteren en spreken weg. Dan ontmoet je elkaar als wat en wie je bent. Meer dan de optelsom der delen, een opnieuw erkend geheel. Ongekend samenwijs, met onvoorbedachte rade aanwezig in elkaars Zijnszoeken.