Zinbeleving
Vragen grijpen, antwoorden verstikken, regels dimmen, grenzen laten te wensen en ik,
ik zoek tóch - tegen beter niet-weten in -een existentiële grondhouding.
Hier, te midden van alle onzekerheid.
Ik vraag 'wie ben ik?' en 'wat is mijn plek in de wereld?'
Iets of iemand lacht en ik hoor een niet te lokaliseren echo, iets van:
'Laat toch gaan die ernst.'
Maar dat is niet 'im frage'. Dit is hoe het is om mij te zijn.
Het blijft hier tuimelen, er is altijd wel iets op zoek, eigenlijk ben 'ik' altijd zoek.
Denken doe ik met gevoel, beelden, beweging, vaak als stilte en daarin soms met woorden.
Niets stopt, alles beweegt. Valse wetendheid houdt geen stand. Het is een specifiek soort existentiële aandoening: wanneer niets je overtuigt. Wanneer alleen niets je overtuigt, omdat je - kosmische grap - slachtoffer bent van je eigen deconstructies.
Ik blijf de vraag 'wie ben ik?' stellen en dat ontkleedt, ontmantelt, ontrafelt de grond die ik net toch onder mijn voeten waande. Ik wentel mij dieper in die losgetrokken grond, verweven in een toch wel aardend netwerk van zogezegd grote en kleine wezens en wetentjes, perspectieven met vele wendingen, levensvormen in oneindig vormen, vertakkingen die de kern raken en weer omleiden richting tijdelijke identiteiten en telkens weer die existentiële dreiging en weten dat er veel meer is dat nu niet geweten wordt.
Mijn geest rekt zich graag boven de Aarde uit en ik zie die grote blauwe stip: verwondering gaat even hard op met verstijving.
Subtiele sensaties kleden de onbenoemde gevoelens in vriendschappen zo intiem dat niemand het uit durft te spreken, kán spreken, en verdriet in de vorm van urgente melancholiek of voorspellende weemoed reist met me mee onderwijl ik weer eens 'Ja, alles goed, een beetje druk wel' uit adem.
Ik schrijf gretig blogs, maak een boek, oreer tijdens een lezing.
Ik heb lief, velen lief en heb dat egoïstische verlangen om die ene zo belangrijke geliefde te zijn. Heb ik dít lief?
Mens, wat ben ook ik menselijk. Nu gooi ik maar mijn armen omhoog en kaap het mooie moment door het toch, ik kan het niet laten, te duiden als overgave.
Even ijl ik dat ik het wél weet, predik ik een verhaal over zingeving, onthaal ik de lof waarna al rap de leegte mij even overtuigd in de ogen staart en ik net als alle anderen vulling zoek, deze existentiële grond zonder grond angstaanjagend vind en liever het te voorspellen lijden na het najagende verlangen verkies. Koffie, wijn, zoete drek. Iets tegen niets a.u.b.
Maar, er is toch iets. Iets diepers dat lokroept.
Want tegen de stilte is niets in te brengen en zij is overal en altijd aanwezig voor wie gewoon, open luistert.
'Liefde is wat ik ben', schreef ik misschien daarom als 13-jarige. Te midden van chaos drong deze existentiële orde door.
Toen wist ik niet dat liefde ook leegte is.
Wist ik veel. Misschien wel. Ik schreef ook: en het ultieme doel van leven is de dood.
28 jaar later sta ik hier met mijn handen vol levenslust, mijn hoofd vol nieuwsgierige zenuwen, de realistische angst dat het allemaal uit mijn handen glipt en met een meeklinkende hoop op kalmerende levensantwoorden.
Maar het enige dat ik met Rilke zeggen kan:
we leven daar,
zin voor zin,
zinbelevend,
in die vragen.